Uitspraak
26 maart 1993.
Hoge Raad
In deze zaak vorderen eisers schadevergoeding van de gemeente wegens onrechtmatig handelen, waarbij de berekening van wettelijke en compensatoire rente centraal staat.
De rechtbank veroordeelde de gemeente tot betaling van schade vermeerderd met wettelijke rente vanaf 4 december 1981. Het hof vernietigde dit vonnis deels en bepaalde een andere schadevergoeding met wettelijke rente, maar wees compensatoire rente af omdat deze naast wettelijke rente niet is toegestaan.
De Hoge Raad bevestigt dat compensatoire rente naast wettelijke rente niet kan worden toegekend over dezelfde hoofdsom en periode. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat samengestelde berekening van wettelijke rente (anatocisme) niet is toegestaan onder het oude recht, ook niet na gerechtelijke vordering.
Verder benadrukt de Hoge Raad dat schade door geldontwaarding adequaat wordt vergoed door wettelijke rente en dat een afzonderlijke vergoeding voor vermeende toekomstige schade door belegging niet toekomt.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep behalve voor het deel dat het hof de samengestelde berekening van wettelijke rente ten onrechte toestond, en veroordeelt eisers in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat wettelijke rente niet samengesteld mag worden berekend en wijst compensatoire rente naast wettelijke rente af.