Vermeldenswaardig is dat binnen de MKA niettemin sprake kan zijn van functiedifferentiatie en dat ook niet-verpleegkundigen werkzaamheden kunnen verrichten op de MKA. Daarover vermeldt het bovengenoemde fundament voor bekwaamheidsbeleid het volgende:
“Binnen de meldkamers ambulancezorg zijn situaties te onderscheiden die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het bekwaamheidsbeleid (…).
De ene dimensie daarin is het vraagstuk van verpleegkundig versus niet-verpleegkundig centralisten. De andere dimensie is de dichotomie van risicovolle en niet-risicovolle handelingen in het meldkamerproces.
Differentiatie
De Nota Verantwoorde Ambulancezorg memoreert dat op de meldkamer vormen van taak- en functiedifferentiatie kunnen optreden. Differentiatie kan, zo meldt de Nota, onder meer vorm krijgen in een onderscheid tussen intake en uitgifte. Op de MKA kunnen niet-verpleegkundig centralisten werkzaam zijn, maar alleen op niet-risicovolle handelingen, bijvoorbeeld “op het logistieke proces van uitgifte van ambulanceritten.”
Bij differentiatie zijn drie hoofdvormen denkbaar.
De eerste twee ervan komen in de praktijk voor. De derde is een theoretische mogelijkheid, omdat zowel in wettelijke regelingen als in sectoraal beleid, is vastgelegd dat ‘intake’ en ‘indicatie’ tot de risicovolle handelingen behoren en dus door een verpleegkundig centralist moeten worden gedaan.
1. De eerste vorm is die waarin álle centralisten op de meldkamer ambulancezorg BIG-geregistreerd verpleegkundigen zijn, maar waarbij in het meldkamerproces wel wordt gedifferentieerd; binnen de risicovolle handelingen, maar ook tussen risicovolle en niet-risicovolle;
2. In de tweede worden risicovolle handelingen zoals het “aannemen van de melding, het geven van eerste medische adviezen, het stellen van de indicatie en het wel of niet inzetten van een ambulance, of een andere voorziening van de RAV of van een ketenzorginstelling...” [citaat uit Verantwoorde Ambulancezorg] ondergebracht bij een verpleegkundig centralist. Andere taken, gedefinieerd als niet-‘risicovolle’ onderdelen van het meldkamerproces, zoals “het logistieke proces van uitgifte van ambulanceritten” worden bij deze vorm van differentiatie door niet-verpleegkundigen uitgevoerd;
3. Een derde-denkbare, maar onder de huidige regelgeving niet realiseerbare- differentiatievorm is die, waarbij ‘risicovolle handelingen’, zoals intake en indicatie, door een niet-verpleegkundig centralist worden gedaan.
Dimensie “Risicovol en niet-risicovol”
De sector schrijft in de Nota Verantwoorde Ambulancezorg:
“De RAV is verantwoordelijk voor de meldkamerfunctie en het ambulancevervoer en is een zorginstelling in het kader van de Kwaliteitswet Zorginstellingen (inmiddels Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg: WKGGZ).
De Kwaliteitswet (nu WKKGZ) en andere relevante zorgwetgeving (WGBO, Wet BIG) zijn daarom onverkort van toepassing op de RAV, inclusief de meldkamerzorg. Dat betekent ook dat het aannemen van de melding, het geven van eerste medische adviezen, het stellen van de indicatie en het wel of niet inzetten van een ambulance, of een andere voorziening van de RAV of
van een ketenzorginstelling onlosmakelijk onderdeel uitmaken van het (ambulance) zorgproces. Daarmee vallen deze activiteiten onder het wettelijk kader van de gezondheidszorg, zowel in de dagelijkse als in de opgeschaalde
situatie. De sector ziet triage als een risicovolle handeling waardoor er voldaan dient te worden aan dit wettelijk kader. De duiding hiervan is door de sector vastgelegd.”
Dimensie “Verpleegkundig en niet-verpleegkundig”
De Nota Verantwoorde Ambulancezorg stelt dat ‘triage’ tot de ‘risicovolle handelingen’ moet worden gerekend. Daaruit vloeit voort dat op ‘intake’ en ‘indicatie’ géén niet-verpleegkundigen kunnen worden ingezet. In de betreffende nota werd dus vastgelegd dat triage door een verpleegkundige móet worden gedaan, met een afgeronde, erkende, opleiding, te weten de CZO-opleiding verpleegkundig centralist meldkamer ambulancezorg.
Ook Artikel 19, lid 2. van de Regeling Twaz is helder: De Regionale Ambulancevoorziening zorgt ervoor dat in de meldkamer de zorgintake en de zorgindicatie geschiedt door een op grond van de Wet op de beroepen individuele gezondheidszorg geregistreerde verpleegkundige.
De sector definieert triage dus als ‘risicovol handelen’ en schrijft voor dat dit handelen door een verpleegkundige moet worden uitgevoerd.
De TWAZ stelt dat zorgintake en zorgindicatie door een geregistreerd verpleegkundige dienen te geschieden, omdat het risicovol handelen is en derhalve (ook) onder de Wet BIG, WGBO en WKKGZ valt.”