Uitspraak
,nummer RK 10/847
,op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[vestigingsplaats].
1.Geding in cassatie
2.De bestreden beschikking
- uit opsporingsonderzoeken is gebleken dat hij zakelijke relaties onderhoudt met personen die in het verleden voor misdrijven zijn veroordeeld of waartegen een strafrechtelijk onderzoek loopt of heeft gelopen;
- uit opgenomen communicatie naar voren komt dat hij die personen witwasmogelijkheden aanbiedt via onder andere rechtspersonen;
- gebleken is dat veel notariële aktes van (de rechtspersonen van) [betrokkene 1] zijn gepasseerd bij [klaagster];
- in diverse telefoongesprekken van [betrokkene 1] met anderen is gesproken over [betrokkene 2] van[klaagster];
- [betrokkene 1] in een opgenomen en afgeluisterd telefoongesprek van 14 januari 2010 met [betrokkene 3] zegt dat hij bij [betrokkene 2] zit en alle dossiers doorneemt (...) en dat hij ([betrokkene 1]) hem ([betrokkene 2]) alles gaat uitleggen;
- in een direct afgeluisterd (zogeheten OVC-)gesprek dat op 20 januari 2010 is gevoerd tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 3], wordt gesproken over een hypothecaire inschrijving van 6,8 miljoen. In dit gesprek heeft [betrokkene 1] tegen [betrokkene 3] gezegd dat:
“[betrokkene 2] knettergek is dat hij meewerkt. [betrokkene 4] is met de koopaktes aan het kloten en schuiven geweest. Hij ([betrokkene 2]) past de nota aan op ons verzoek. Iedere andere notaris (ntv) die dit doet. [betrokkene 4] kent [betrokkene 2] goed, daarmee kan [betrokkene 4] het bespreken. Met iemand anders gaat [betrokkene 4] de mist in.”
De rechter-commissaris heeft de vordering van de officier van justitie op 10 juni 2010 toegewezen, waarna op 15 juni 2010 een doorzoeking ter inbeslagneming op het kantoor van de klaagster door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank te Amsterdam, mr. W.M.C. van den Berg, is verricht. De doorzoeking was in het bijzonder gericht op dossiers van transacties die in verband konden worden gebracht met [betrokkene 1]. De rechter-commissaris was bij de doorzoeking onder andere vergezeld van de voorzitter van de ring, mr. Ploumen voornoemd. Tevens waren notaris [betrokkene 5] en notarisklerk [betrokkene 2] aanwezig. Digitale rechercheurs hebben, blijkens een door mr. Van den Berg opgesteld proces-verbaal, eerst een zoekslag op het gehele netwerk van het kantoor losgelaten, zonder enig document in te zien. Op basis van een door het opsporingsteam opgestelde lijst van verdachte dossiers en transacties die in verband met [betrokkene 1] werden gebracht, hebben de notaris [betrokkene 5] en klerk [betrokkene 2] aangewezen waar deze dossiers zich zouden moeten bevinden. Bij de doorzoeking zijn door de rechter-commissaris vervolgens 66 dossiers en digitale bestanden in beslag genomen. De notaris heeft geen toestemming gegeven tot doorzoeking van zijn kantoor en evenmin tot de inbeslagneming van stukken. De ringvoorzitter heeft enige dossiers ingezien en heeft daarbij te kennen gegeven van mening te zijn dat de stukken geen deel uit maakten van een strafbaar feit, maar dat deze onder de geheimhoudingsplicht vielen. De inbeslaggenomen stukken en de digitale kopie van de digitale bestanden zijn verzegeld meegenomen door de rechter-commissaris, onder de uitdrukkelijke toezegging dat het beslag niet in handen van het Openbaar Ministerie dan wel een opsporingsinstantie zal worden gesteld voordat onherroepelijk is beslist op een door de klaagster in te dienen klaagschrift.
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Slotsom
6.Beslissing
2 juli 2013.