ECLI:NL:HR:2012:BU6088
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verschoningsrecht arts bij verdenking ernstige kindermishandeling met overlijden
Op 27 maart 2011 overleed een driejarig kind onder verdachte omstandigheden. Na sectie werden letsels vastgesteld die sterk duidden op kindermishandeling met dodelijke afloop. De moeder en haar partner werden verdacht van moord, doodslag of zware mishandeling.
In het strafrechtelijk onderzoek werden medische gegevens in beslag genomen bij een huisartsenpost, waaronder geluidsbanden met telefoongesprekken tussen verdachten en medewerkers. De artsenpost diende een klaagschrift in op grond van het verschoningsrecht, stellende dat kennisneming van deze gegevens door justitie onrechtmatig was.
De Rechtbank oordeelde dat, gelet op de ernst van de verdenking en het belang van waarheidsvinding, zeer uitzonderlijke omstandigheden bestonden die het verschoningsrecht konden doorbreken. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd, waarbij werd benadrukt dat het belang van het kind en de onmogelijkheid om de gegevens op andere wijze te verkrijgen zwaar wegen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de artsenpost en bevestigde dat de toestemming van de moeder, hoewel zij niet langer wettelijk vertegenwoordiger was, slechts een van de factoren was bij de beoordeling. De doorbraak van het verschoningsrecht werd als proportioneel en noodzakelijk beschouwd in het kader van het strafrechtelijk onderzoek.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt doorbreking van het verschoningsrecht van de arts wegens zeer uitzonderlijke omstandigheden in ernstige strafzaak.