ECLI:NL:HR:2013:BV3004
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking inzake afgeleid verschoningsrecht IGZ en nemo tenetur-beginsel
De zaak betreft een klaagschrift van een arts tegen beslaglegging op medische dossiers door het Openbaar Ministerie (OM) via de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Het OM had een vordering gedaan tot uitlevering van tuchtdossiers en medische gegevens van patiënten, waarvan de IGZ een selectie aan het OM verstrekte. Klager stelde dat dit beslag onrechtmatig was wegens schending van het afgeleide verschoningsrecht en het nemo tenetur-beginsel.
De Rechtbank verklaarde het klaagschrift deels niet-ontvankelijk en ongegrond. De Hoge Raad vernietigt dit oordeel voor zover het betreft het afgeleide verschoningsrecht van de IGZ. De Hoge Raad benadrukt dat het oordeel of gegevens onder het verschoningsrecht vallen in beginsel toekomt aan de klager zelf, niet aan de IGZ. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de Rechtbank onvoldoende gemotiveerd heeft waarom bepaalde inspectieverslagen niet onder het verschoningsrecht zouden vallen.
Ten aanzien van het nemo tenetur-beginsel bevestigt de Hoge Raad dat het onderzoek in raadkamer zich beperkt tot de rechtmatigheid van het beslag en niet tot de rechtmatigheid van het gebruik van de gegevens als bewijs. De Hoge Raad wijst de zaak terug naar de Rechtbank Den Haag voor herbehandeling van het klaagschrift, met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt beschikking en wijst zaak terug voor hernieuwde behandeling met nadruk op beoordeling afgeleid verschoningsrecht door klager en beperkingen nemo tenetur-beginsel.