Conclusie
2.Procesverloop
Onze/mijn bovengenoemde lease aanvraag wordt - voor zover deze nog niet geaccepteerd werd - hiermee opnieuw ingediend. Ik blijf/wij blijven nog drie weken vanaf ontvangst van deze afgiftebevestiging door de lessor gebonden aan het contractaanbod.”
Geachte Dames en Heren, Hartelijk bedankt voor uw leasingaanvraag. Hiermee bevestigen wij u dat, na levering van het lease object, het contract van kracht is en hopen wij op een prettige samenwerking. Wij verzoeken u om vragen met betrekking tot het contract met vermelding van bovenstaande contractnummer, schriftelijk aan ons te richten. U krijgt dan zo spoedig mogelijk antwoord. Voor het lopende contract kunt u, aan de hand van de bijgevoegde leasefactuur, zien wanneer er welke bedragen, conform de overeenkomst, per automatische incasso van uw rekening worden afgeschreven.”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1.1geeft het oordeel in rov. 7.9 blijk van een onjuiste rechtsopvatting, omdat indien het aanbod van een partij een concrete, niet voor enig misverstand vatbare termijn bevat voor de aanvaarding ervan, van enige onduidelijkheid aan de zijde van de wederpartij geen sprake kan zijn, behoudens in het geval waarin sprake is van vertraging van het communicatiemiddel waarmee de aanvaarding werd gecommuniceerd.
onderdelen 1.2 en 1.3klagen terecht, dat het hof onduidelijkheid bij [verweerster] over de tijdigheid van haar aanvaarding en hetgeen [eiseres] daaromtrent begreep of behoorde te begrijpen, niet kon afleiden uit alleen de brief van 21 november 2008.
onderdeel 1.4).
onderdelen 1.5 en 1.6klagen over het oordeel dat de brief van [eiseres] aan [B] van 21 november 2008 niet als een mededeling in de zin van art. 6:223 lid 2 BW Pro kan worden gezien.
klacht 3over de ongerechtvaardigde verrijking te behandelen.
Klacht 2is het hof daarmee uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting: (i) de wetsgeschiedenis biedt in het licht van de uitlatingen van de Minister in 2008 wel aanknopingspunten voor reflexwerking van de Colportagewet, (ii) daaraan staat niet in de weg dat andere wetgeving ook is beperkt tot consumenten en (iii) reflexwerking is mogelijk binnen de open normen van art. 6:162 of Pro 6:248 BW (
onderdeel 2.1). Ook heeft het hof te weinig specifiek gereageerd op de stellingen van [eiseres] met betrekking tot de open norm waarop reflexwerking zou kunnen worden gebaseerd (
onderdeel 2.2).