Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
Productie E omvat vier ingevulde en door beide partijen ondertekende formulieren en vijf brieven die Proximedia in de periode van 12 februari 2007 tot en met 24 april 2007 aan [appellant] heeft verzonden. De eerste brief van 12 februari 2007 en de brief van 27 februari 2007 heeft [appellant] zelf reeds bij conclusie van antwoord in het geding gebracht, zodat zijn bezwaar tegen het overleggen van deze stukken ongegrond is. Voor de overige stukken van productie E geldt dat het hof deze buiten beschouwing zal laten, aangezien de advocaat van Proximedia het gedeelte van zijn pleitaantekeningen waarin hij deze stukken aanhaalt en toelicht (onder het kopje "GRIEF 2 Wanprestatie en verzuim") niet heeft voorgedragen.
primaireen bedrag van € 2.218,26, althans
subsidiaireen bedrag van € 1.206,66,
primair en subsidiairte vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2010 tot de dag der algehele voldoening en met veroordeling van Proximedia in de proceskosten.
aantalonjuiste mededelingen van de vertegenwoordiger van Proximedia, mw. [vertegenwoordiger van Proximedia], bij het verkoopgesprek op 25 januari 2007. Zo zou mw. [vertegenwoordiger van Proximedia] aan hem hebben medegedeeld dat er sprake was van een uitzonderlijke, eenmalige aanbieding, dat deze aanbieding alleen die dag geldig was, dat hij als referent zou dienen, dat hij daardoor een aanzienlijke korting zou krijgen, dat hij een opleiding zou krijgen, een gratis website, een online back-up en een gratis laptop en dat hij de overeenkomst kosteloos tussentijds zou kunnen beëindigen als hij zijn handelsonderneming zou staken. Volgens [appellant] is uitdrukkelijk aan hem medegedeeld dat die kosteloze beëindiging mogelijk was indien [appellant] daartoe zou overleggen een medische verklaring, indien [appellant] om medische redenen zou stoppen, en een bewijs van uitschrijving uit het handelsregister. Er was dan volgens mw. [vertegenwoordiger van Proximedia] sprake van overmacht. Verder stelt [appellant] dat hij in juni 2007 van een andere vertegenwoordiger opnieuw te horen kreeg dat hij de overeenkomst wegens overmacht tussentijds kosteloos kon beëindigen indien hij een doktersverklaring en een bewijs van uitschrijving uit het handelsregister zou overleggen.