Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
Belastingdienst Midden- en kleinbedrijf/kantoor
Almere(hierna: de Inspecteur).
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
(…) 5.Doorzoekingen
(…) Op 12 juni 2015 is op verzoek van de Belastingdienst een integrale bijeenkomst georganiseerd onder de RIEC-vlag. Hiervoor zijn de eerder genoemde partners uitgenodigd. De Belastingdienst heeft hier de resultaten van het belastingonderzoek besproken. Uit het onderzoek kwamen nieuwe signalen naar voren waardoor er nu mogelijk wel grond zou zijn voor een witwasverdenking aan de zijde van de politie.
Naar het oordeel van de rechtbank is ontoereikend komen vast te staan dat veroordeelde uit het medeplegen van gewoontewitvassen waarvoor zij veroordeeld is daadwerkelijk financieel voordeel heeft behaald. (…) Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat [belanghebbende] , [naam4] , [naam6] , [naam7] en [naam8] in de tenlastegelegde periode een economische eenheid vormden. Zij vormden een gezamenlijke huishouding, deden over en weer betalingen voor het levensonderhoud, de vaste lasten, de hypotheek van de woning en andere verplichtingen. Uit de weergegeven verklaringen volgt ook dat de familie zich in financieel opzicht als een eenheid ziet.
1 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/)
Namens mevrouw [belanghebbende] , woonachtig aan de [adres] te [woonplaats] , maak ik in de hoedanigheid van advocaat bezwaar tegen de belastingaanslagen Inkomstenbelasting voor de jaren 2011 tot en met 2015, de boeten alsmede de in rekening gebrachte heffingsrente met dagtekening 22 maart 2016. Daarnaast maak ik bezwaar tegen de belastingaanslagen Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet voor de jaren 2012 tot en met 2015.
(…) 1. Context
3.Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen
4.Beoordeling van het geschil
45. Verweerder heeft correcties aangebracht in verband met de verkoop van de woning door eiseres aan haar zoon. Verweerder stelt op basis van de onderhandse koopovereenkomst dat eiseres haar aandeel (50%) heeft verkocht voor € 595.000. Omdat uit de onderhandse leningsoverkomst volgt dat eiseres de opbrengst van de overdracht van haar aandeel in de woning renteloos aan haar zoon heeft uitgeleend, is sprake van een vordering in box 3, aldus verweerder. Eiseres heeft voorts haar aandeel in de hypotheekschuld ook overgedragen aan haar zoon. Uit de akte van de notaris blijkt dat de zoon de hypothecaire schuld heeft overgenomen, waarvan het aandeel van eiseres € 142.864 bedraagt. Verweerder acht het aannemelijk dat dit bedrag als box 3 schuld kan worden gezien. Voorts erkent verweerder dat voor 2016 geen rekening is gehouden met het heffingsvrije vermogen, maar stelt ook dat er geen rekening is gehouden met het drempelbedrag voor schulden van € 3.000.