ECLI:NL:HR:2009:BJ8524
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Beperking heffingsrente bij overschrijding termijn voorlopige aanslag volgens zorgvuldigheidsbeginsel
Aan belanghebbende is voor het jaar 2003 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, inclusief heffingsrente. De heffingsrente werd berekend over de periode vanaf 1 januari 2004 tot de definitieve aanslag van 15 april 2005. Belanghebbende stelde bezwaar tegen de heffingsrente, dat door de Inspecteur werd afgewezen. De Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraak op bezwaar, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Het Hof bevestigde dit oordeel, waarna belanghebbende cassatie instelde.
De Hoge Raad beoordeelde of bij het niet binnen drie maanden opleggen van een (voorlopige) aanslag heffingsrente verschuldigd is over de gehele periode tot de definitieve aanslag. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de Belastingdienst streeft naar het opleggen van een (voorlopige) aanslag binnen drie maanden na de aangifte om onnodige heffingsrente te voorkomen. Indien dit niet gebeurt, kan het zorgvuldigheidsbeginsel meebrengen dat de heffingsrente beperkt moet worden.
De Hoge Raad stelde vast dat de Inspecteur in deze zaak niet binnen drie maanden een voorlopige aanslag heeft opgelegd en dat geen bijzondere omstandigheden waren die deze vertraging rechtvaardigden. Daarom is de heffingsrente beperkt tot het bedrag dat verschuldigd zou zijn indien binnen drie maanden een voorlopige aanslag was opgelegd. De uitspraak van het Hof en de Rechtbank werden vernietigd, de heffingsrente verminderd tot € 84 en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De heffingsrente wordt beperkt tot € 84 wegens overschrijding van de termijn voor het opleggen van een voorlopige aanslag door de Belastingdienst.