ECLI:NL:CRVB:2021:1786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en herziening bijstand wegens niet gemelde gokactiviteiten en opleggen boete
Appellant ontvangt sinds 2008 bijstand en werd in het kader van een thematisch heronderzoek door de gemeente Rotterdam onderzocht op rechtmatigheid van de bijstand. Uit bankafschriften bleek dat appellant in 2017 meerdere opnames in gokinstellingen had gedaan en dat er stortingen en bijschrijvingen van derden op zijn rekening plaatsvonden. Het college besloot daarop de bijstand over diverse maanden in te trekken of te herzien en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant voerde onder meer aan dat het onderzoek discriminerend was vanwege selectie op geslacht, dat hij niet kenbaar was gemaakt dat gokactiviteiten gemeld moesten worden, en dat stortingen van derden geen inkomen konden zijn. De Raad oordeelde dat het thematisch onderzoek geen ongerechtvaardigd onderscheid naar geslacht maakte, dat het kenbaarheidsvereiste niet geldt omdat de inlichtingenplicht een open norm is, en dat stortingen van derden als inkomen kunnen worden aangemerkt.
Verder stelde de Raad vast dat het college aannemelijk had gemaakt dat appellant in januari en november 2017 gokactiviteiten had verricht, gelet op frequente opnames in gokinstellingen en stortingen. De boete werd als proportioneel beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de besluiten tot intrekking, herziening van bijstand en opleggen boete worden bevestigd.