Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
.Dat in de zaak ROT 22/1276 dubbeltellingen zijn gedaan nu er vijf tellingen door twee verschillende toezichthouders zijn gedaan, is niet gebleken. Bovendien heeft verweerder maar voor één overtreding een boete opgelegd. Ongeacht welke twee tellingen uit deze vijf tellingen genomen wordt, het gemiddelde komt in ieder geval boven 2% uit.
- verklaart de beroepen ROT 22/1059 en ROT 22/1276 ongegrond;
- verklaart de beroepen ROT 22/952, ROT 22/967, ROT 22/1346, ROT 22/1754 en ROT 22/1755 gegrond;
- vernietigt in de beroepen ROT 22/952, ROT 22/967, ROT 22/1346, ROT 22/1754 en ROT 22/1755 de bestreden besluiten, voor zover die zien op de hoogte van de boete;
- herroept in de beroepen ROT 22/952, ROT 22/967, ROT 22/1346, ROT 22/1754 en ROT 22/1755 de primaire besluiten, voor zover die zien op de hoogte van de boete;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde delen van de besluiten;
- stelt in ROT 22/952 de boete vast op € 1.050,-;
- stelt in ROT 22/967 de boete vast op € 1.275,-;
- stelt in ROT 22/1346 de boete vast op € 1.050,-;
- stelt in ROT 22/1754 de boete vast op € 1.050,-;
- stelt in ROT 22/1755 de boete vast op € 1.125,-;
- bepaalt dat verweerder aan eiser € 460,- aan griffierechten vergoedt;
- bepaalt dat de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) aan eiser € 460,- aan griffierechten vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 164,05;