ECLI:NL:RVS:2016:1261
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
Bij besluiten van 24 oktober 2012 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid boetes op aan [appellante sub 2] en [partij] wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde eerdere besluiten en matigde de boetes aanzienlijk.
De minister stelde hoger beroep in en betoogde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat [appellante sub 2] niet als werkgever kon worden aangemerkt en dat de verrichte arbeid door de vreemdeling meer dan marginaal was. De Afdeling bestuursrechtspraak volgde de minister en vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de boetes matigde.
Daarnaast stelde [appellante sub 2] incidenteel hoger beroep in over de proceskostenvergoeding en de beroepsmatige rechtsbijstand, wat eveneens werd toegewezen. De Afdeling matigde de boetes met 50% wegens verminderde verwijtbaarheid en met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de boetes werden vastgesteld op €7.200 per partij.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan [appellante sub 2]. De uitspraak treedt in de plaats van de vernietigde besluiten en eerdere uitspraken.
Uitkomst: Boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen vastgesteld op €7.200 per partij met matiging vanwege verminderde verwijtbaarheid en overschrijding redelijke termijn.