ECLI:NL:CBB:2023:195
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Boetes wegens vangletsel bij kuikens door ruw vangen in patiostal bevestigd met matiging wegens termijnoverschrijding
Het geschil betreft vier bestuurlijke boetes van elk €4.500,- opgelegd aan een pluimveebedrijf wegens het veroorzaken van vangletsel bij kuikens tijdens het laden voor transport naar het slachthuis. De minister baseerde de boetes op rapporten van toezichthouders die post mortem letsel vaststelden, bestaande uit bloedingen groter dan 3 cm en van donkerrode tot paarse kleur, die volgens deskundigen tijdens het ruw vangen in de stal waren ontstaan.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar het pluimveebedrijf stelde in hoger beroep dat de boetes onterecht zijn omdat het letsel ook tijdens transport of slacht kan zijn ontstaan, de tellingen onbetrouwbaar zijn en de minister niet de juiste wettelijke grondslag hanteerde. Het College oordeelt dat het laden een met verplaatsing samenhangende activiteit is waarop de Transportverordening van toepassing is, ook al is het bedrijf niet de vervoerder maar wel houder van de kuikens.
De methode van letseltelling door toezichthouders is volgens het College deugdelijk en de toezichthouders deskundig. Het letsel is niet plausibel veroorzaakt tijdens transport of slacht. De boetes zijn passend gezien de ernst en herhaling van overtredingen. Twee boetes worden gematigd tot €4.275,- vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast wordt de Staat veroordeeld in proceskosten en wordt het griffierecht aan het pluimveebedrijf vergoed.
Uitkomst: Boetes van €4.500,- bevestigd, twee boetes gematigd tot €4.275,- wegens overschrijding redelijke termijn.