ECLI:NL:RBROT:2021:12231
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van boetes opgelegd door NVWA aan pluimveehouder voor vangletsel
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van een pluimveehouder tegen 14 besluiten van de NVWA waarin 17 boetes van €3.000,- waren opgelegd wegens het veroorzaken van vangletsel bij kuikens. De pluimveehouder betwistte onder meer de juistheid van de rapporten van de toezichthoudend dierenartsen, de betrouwbaarheid van de letselvaststelling en de toepasselijkheid van de Transportverordening.
De rechtbank oordeelde dat de rapporten van de NVWA-toezichthouders betrouwbaar zijn en dat de toezichthouders voldoende expertise bezitten. De vaststelling van vangletsel op basis van kleur en grootte van bloedingen is volgens de rechtbank een valide methode. Ook werd geoordeeld dat het letsel niet bij transport of op het slachthuis is ontstaan, maar tijdens het vangen. De norm van 2% vangletsel is een handhavingsnorm en hoeft geen statistisch correcte analyse te zijn.
Verder stelde de rechtbank vast dat de Transportverordening ook van toepassing is op pluimveehouders en dat het veroorzaken van vangletsel tijdens het vangen een overtreding vormt. De boetes zijn verhoogd vanwege recidive en de rechtbank achtte het bedrag van €3.000,- per boete niet onevenredig. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de boetes wegens vangletsel worden ongegrond verklaard en de boetes zijn terecht opgelegd.