Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
incident:ex art. 351 Rv Pro
:de uitvoerbaarheid bij voorraad van de bestreden beschikking te schorsen in afwachting van een beslissing in de hoofdzaak dan wel tot 30 juni 2025 en te bepalen dat [verweerster 3] de executie van de woning dient te staken;
hoofdzaak:de beschikking van de rechtbank te vernietigen en
(I) de verzoeken van [verweerster 3] alsnog af te wijzen,
4.Ontvankelijkheid van en belang bij het cassatieberoep
5.Bespreking van het cassatiemiddel
Rabobank/Sporting Connectiongeformuleerde doorbrekingsgronden’. [25] In reactie op grief 2 stelt [verweerster 3] :
op hun verlangendoor de voorzieningenrechter gehoord kunnen worden. [verweerders] hebben niet gesteld dat de griffier aan een of meer belanghebbenden geen mededeling gedaan zou hebben van het verzoek tot onderhandse verkoop, of dat een of meer belanghebbenden niet opgeroepen zouden zijn, ondanks dat zij te kennen gegeven hebben dat zij gehoord willen worden.
moetmededeling worden gedaan van het verzoek tot onderhandse verkoop en het recht om te worden gehoord. [44] Daarnaast staat het de rechter volgens de hoofdregel van art. 279 lid 1 Rv Pro vrij om ook andere belanghebbenden op te roepen.
subonderdeel bvan onderdeel 1 zich tegen het oordeel van het hof dat het wettelijke appelverbod tegen de goedkeuring van de onderhandse verkoop van de woning door de voorzieningenrechter wordt doorbroken, omdat de voorzieningenrechter ten onrechte niet alle beslagleggers op de woning, die op grond van art. 3:268 BW Pro als belanghebbenden moeten worden aangemerkt, heeft opgeroepen (rov. 2 hofbeschikking, geciteerd onder 5.2). Volgens het subonderdeel betekent het enkele feit dat de voorzieningenrechter niet alle belanghebbenden heeft opgeroepen, niet dat het beginsel van hoor en wederhoor of een ander fundamenteel rechtsbeginsel geschonden zou zijn. Volgens art. 548 lid 3 Rv Pro deelt de griffier de belanghebbenden, onder wie de beslagleggers, onverwijld mede dat een verzoek tot onderhandse verkoop gedaan is en dat zij
op hun verlangendoor de voorzieningenrechter gehoord kunnen worden. [verweerders] hebben echter niet gesteld dat de griffier aan een of meer belanghebbenden geen mededeling gedaan zou hebben van het verzoek tot onderhandse verkoop, of dat een of meer belanghebbenden niet opgeroepen zouden zijn, ondanks dat zij te kennen gegeven hebben dat zij gehoord willen worden, aldus het subonderdeel.
allebelanghebbenden op de voet van art. 548 lid 3 Rv Pro mededeling is gedaan, en dat alleen Kernsteen B.V. en [verzoekster] te kennen hebben te willen worden gehoord, waarna alleen zij zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Dat zou betekenen dat ook aan het Hoogheemraadschap en Park Naut mededeling is gedaan van het verzoek om onderhandse verkoop, en dat zij te kennen hebben gegeven er geen prijs op te stellen te worden gehoord.
opgeroepen(zie onder 5.7) maar dat zij niets hebben gesteld over de vraag of aan de beslagleggers (belanghebbenden)
mededelingis gedaan van het verzoek, niet tot een andere conclusie. Zowel in de rechtspraak als in de literatuur wordt niet steeds consequent onderscheid gemaakt tussen ‘oproeping’ (terminologie van art. 279 Rv Pro en ‘mededeling’ (terminologie van art. 548 lid 3 Rv Pro). Vaak wordt kortweg gesproken over ‘oproeping van alle belanghebbenden’ bij een verzoek tot onderhandse verkoop (zie onder 5.37).
niet alle beslagleggers op de woning, die op grond van art. 3:268 BW Pro als belanghebbenden moeten worden aangemerkt, zijn opgeroepen”. Art. 548 lid 3 Rv Pro houdt echter niet in dat belanghebbenden moeten worden opgeroepen, maar dat aan hen mededeling moet worden gedaan. Redelijkerwijs moet de bestreden overweging echter zo worden gelezen, dat het hof van oordeel is dat de voorzieningenrechter een fundamenteel rechtsbeginsel heeft veronachtzaamd doordat niet aan alle beslagleggers die op grond van art. 3:268 BW Pro als belanghebbenden moeten worden aangemerkt, mededeling is gedaan van het verzoek en het recht om te worden gehoord. Dat deze mededeling aan alle belanghebbenden is gedaan, kan op basis van de beschikking van de voorzieningenrechter inderdaad niet met zekerheid worden vastgesteld. [56]
Russische Federatie/HVYvolgt dat door vernietiging in cassatie van een uitspraak in hoger beroep waarbij de uitspraak in eerste aanleg is vernietigd, de uitspraak in eerste aanleg geheel of gedeeltelijk kan zijn herleefd, afhankelijk van de vraag welke onderdelen van de in cassatie vernietigde uitspraak niet of tevergeefs zijn bestreden en of deze al dan niet voortbouwen op of onverbrekelijk samenhangen met beslissingen waarover in cassatie wél met succes is geklaagd. [69]
nade beschikking van de voorzieningenrechter van 22 april 2025 (waarin de onderhandse verkoop aan [verzoekster] is goedgekeurd) de hypothecaire schuld in beginsel niet meer konden lossen. [71] Betaling van de hypothecaire schuld aan [verweerster 3] zou dan niet hebben geleid tot het tenietgaan van de hypotheek.