Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift van 21 februari 2024;
- de mondelinge behandeling van 14 maart 2024.
- mr. J. Meuleman, advocaat van verzoekster;
- de heren [naam 1] en [naam 2] namens verzoekster;
- [naam 3], beoogd koper.
Rechtbank Rotterdam
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam behandelde op 22 maart 2024 het verzoek van RNHB B.V. om toestemming te verkrijgen voor de onderhandse verkoop van een onroerende zaak gelegen aan een adres in Rotterdam. Het verzoek is ingediend op 21 februari 2024 en mondeling behandeld op 14 maart 2024.
Tijdens de zitting waren de advocaat van verzoekster, twee vertegenwoordigers van RNHB B.V. en de beoogd koper aanwezig. De voorzieningenrechter beoordeelde de overeengekomen verkoopprijs van €355.000,-- als redelijk, aangezien deze boven de executiewaarde van het onroerend goed ligt. Tevens werd vastgesteld dat het verzoek niet onrechtmatig of ongegrond is en dat aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.
Op grond van artikel 3:268 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek werd het verzoek toegewezen. De beschikking verleent toestemming aan RNHB B.V. om de onroerende zaak onderhands te verkopen aan de beoogd koper conform de ondertekende koopovereenkomst van 19 en 20 februari 2024. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter P. de Bruin.
Uitkomst: Toestemming verleend voor onderhandse verkoop van onroerende zaak boven executiewaarde.