Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het eerste middel
Overweging met betrekking tot het bewijs
4.Het tweede middel
Vordering van de [aangever]
€ 2.820,00 (tweeduizend achthonderdtwintig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
NJ2019/379 m.nt. Vellinga houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang en met weglating van de voetnoten, het volgende in:
Rechtstreekse schade’ (art. 51f, eerste lid, Sv; art. 361, tweede lid aanhef en onder b, Sv)
NJ2017/414. In die zaak was de verdachte veroordeeld wegens gekwalificeerde diefstal van horloges en sierraden. De door de benadeelde partij gevorderde schade zag echter ook op een iPad en een Acer tablet. Het hof wees de vordering in haar geheel toe. Volgens de Hoge Raad gaf het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat de schade met betrekking tot de iPad en Acer tablet als rechtstreekse schade van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte kan worden aangemerkt niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en was dat oordeel evenmin onbegrijpelijk. Daarbij deed het er volgens de Hoge Raad niet toe dat deze voorwerpen niet in de bewezenverklaring waren vermeld, waarbij de Hoge Raad mede in aanmerking nam dat het hof had vastgesteld dat bij de bewezenverklaarde inbraak “onder meer” horloges en andere sieraden zijn weggenomen en de gevorderde schadevergoeding door of namens de verdachte ook niet was betwist.