Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:939

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 juni 2023
Publicatiedatum
16 juni 2023
Zaaknummer
21/04534
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7.1.b WVW 1994Art. 163.2 WVW 1994Art. 51f.1 SvArt. 361.2.b SvArt. 81.1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak verlaten plaats ongeval en weigering ademanalyse

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het hof Amsterdam van 18 oktober 2021, waarin hij werd veroordeeld voor het verlaten van de plaats van een verkeersongeval en het weigeren mee te werken aan een ademanalyse. De verdachte werd geconfronteerd met bewijs waaronder een getuigenverklaring over het besturen van de auto bij het ongeval.

De Hoge Raad heeft de ingediende cassatiemiddelen beoordeeld, waaronder klachten over de bewijswaardering van het hof met betrekking tot de getuigenverklaring en de vraag of de verdachte bestuurder was ten tijde van het ongeval. Daarnaast werd de motivering van de schadevergoedingsmaatregel en de kwalificatie van de schadeposten als rechtstreekse schade aan de orde gesteld.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. Het hof heeft de bewijsvoering voldoende gemotiveerd en de schadeposten terecht aangemerkt als rechtstreekse schade. De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot nadere motivering en verwerpt het beroep. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04534
Datum20 juni 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 18 oktober 2021, nummer 23-002220-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A. van der Horst, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 juni 2023.