ECLI:NL:HR:2012:BX0806
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- J. Wortel
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor samenweefsel van verdichtsels bij oplichting met valse hoedanigheid
Verdachte werd beschuldigd van oplichting door zich bij de verkoop van schoonmaakgerei voor te doen als iemand die geld inzamelde voor een goed doel, terwijl hij de opbrengst voor zichzelf hield. Daarnaast zou hij zich hebben voorgedaan als een medewerker die een elektriciteitsmeter kwam vervangen en daarvoor een eigen bijdrage vroeg.
Het hof verklaarde verdachte schuldig aan het aannemen van een valse hoedanigheid en het gebruik van een samenweefsel van verdichtsels om slachtoffers tot afgifte van geld te bewegen. De Hoge Raad oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om het samenweefsel van verdichtsels aan te tonen voor twee van de slachtoffers, en sprak verdachte daarvan vrij. De enkele leugenachtige mededeling over het goede doel was onvoldoende om dit te bewijzen.
Voor het derde feit, waarbij verdachte zich voordeed als medewerker van de elektriciteitsleverancier, bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het hof dat sprake was van een valse hoedanigheid. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof slechts voor zover het samenweefsel van verdichtsels werd bewezen voor de eerste twee feiten.
De redelijke termijn voor de procedure was overschreden, maar de Hoge Raad verbond hieraan geen rechtsgevolgen. Het beroep van verdachte werd voor het overige verworpen en de veroordeling voor het aannemen van een valse hoedanigheid bleef in stand.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het samenweefsel van verdichtsels, maar veroordeeld voor het aannemen van een valse hoedanigheid.