Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
7 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een oplichtingszaak waarbij verdachte werd beschuldigd van het aannemen van aanbetalingen voor schilderswerkzaamheden die niet zijn uitgevoerd. De benadeelde partij had drie aanbetalingen gedaan, waarvan de eerste van €500 niet als oplichting werd bewezen, terwijl de twee latere aanbetalingen voor verf wel bewezen oplichting betroffen.
Het hof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte vrijgesproken voor de eerste aanbetaling wegens ontbreken van het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling op dat moment, maar kende de volledige schadevergoeding van €2.820 toe, inclusief die eerste aanbetaling. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende heeft vastgesteld of en hoe die eerste aanbetaling verband hield met de bewezen oplichtingshandelingen.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de schadevergoeding en de schadevergoedingsmaatregel betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. Het beroep van verdachte werd voor het overige verworpen. De zaak benadrukt de noodzaak van een duidelijk causaal verband tussen bewezen strafbare feiten en toegekende schadevergoedingen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor het deel van de schadevergoeding en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.