Conclusie
eenwapen of munitie. Die bewustheid van het voorhanden hebben van een wapen of munitie kan worden bewezen in een geval dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad.
eerste middelbetreft het onder 1 bewezenverklaarde, voor zover is bewezenverklaard dat verdachte opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer: - 17,60 kilogram MDA (aangetroffen in de grond). De klacht is dat dit niet zonder meer kan worden afgeleid uit de bewijsvoering. Kortom de bewijsmotivering is niet toereikend.
eerste middelfaalt.
tweede middelbetreft het onder 2 bewezenverklaarde, voor zover is bewezenverklaard dat verdachte een grote hoeveelheid stempels ten behoeve van een tabletteermachine (aangetroffen in de grond) voorhanden heeft gehad. Het middel zelf acht de bewijsmotivering niet begrijpelijk om (vrijwel) dezelfde redenen als hiervoor bij het middel onder 1. Ik citeer: “De vaststelling van het hof dat de in de grond aangetroffen stempels ten behoeve van een tabletteermachine aan requirant toebehoren, omdat requirant verantwoordelijk kan worden gehouden voor de aanwezigheid van producten die zijn aangetroffen in zijn loods en die eveneens gerelateerd kunnen worden aan de productie van XTC, is zonder nadere motivering, welke ontbreekt, niet begrijpelijk. Dat geldt ook voor de overweging van het hof dat het onaannemelijk is dat anderen verantwoordelijk kunnen zijn voor de in de grond aangetroffen stempels.”
44.Het tweede middelfaalt.
derde middelbetreft het onder 3 bewezenverklaarde, voor zover is bewezenverklaard dat verdachte van “een hoeveelheid geld (€ 216.000,=), de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp is of het voorhanden heeft (gehad), terwijl hij wist dat voornoemd geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf”. Ook hier is de kern van het middel dat de grondslag van het bewijs voor het verbergen, verhullen of voorhanden hebben van het geld aangetroffen onder grond in het bamboebos op het terrein van verdachte niet toereikend is, althans dat de bewezenverklaring onvoldoende is gemotiveerd. Die grondslag ziet het hof, zoals ook bij de bespreking van de vorige middelen al naar voren kwam, in de omstandigheid dat - in de woorden van de steller van het middel - “requirant verantwoordelijk kan worden gehouden voor de producten die in zijn loods zijn aangetroffen en die gerelateerd kunnen worden aan de productie van XTC”.
48.Het derde middelheeft geen kans van slagen.
vierde middelklaagt over de motivering van het vierde feit. Ook hier gaat het om op het terrein van verdachte in de grond aangetroffen voorwerpen te weten een Riot gun en twee soorten munitie. Ik citeer de kern van het middel: “De overweging van het hof dat het onaannemelijk is dat anderen verantwoordelijk kunnen zijn voor het vuurwapen en de munitie, is niet begrijpelijk. Het feit dat requirant volgens het hof verantwoordelijk kan worden gehouden voor de aanwezigheid van producten die zijn aangetroffen in zijn loods en die gerelateerd kunnen worden aan de productie van XTC, kan niet redengevend zijn voor het voorhanden hebben van het vuurwapen en de munitie die in de grond werden aangetroffen, terwijl ook het feit dat het hof geen geloof hecht aan de verklaring van requirant dat hij nooit een wapen heeft gehad niet redengevend kan zijn voor een bewezenverklaring van feit 4 op dit onderdeel.”
55.Ook het vierde middelheeft geen kans van slagen.
vijfde middelricht zich tegen de motivering van het opzet op het voorbereiden en/of bevorderen in feit 2. In het bijzonder zou het hof niet hebben gereageerd op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt als bedoeld in art. 359, tweede lid, Sv in dat kader.
62.Het vijfde middelfaalt.
zesde middelricht zich opnieuw tegen de motivering van het tweede bewezenverklaarde feit, nu in het bijzonder voor zover het de bestemming van de voorwerpen betreft. Ik citeer het middel: “Uit de bewijsmiddelen die het hof heeft gehanteerd kan niet worden afgeleid met welk doel requirant de in de bewezenverklaring genoemde goederen voorhanden heeft gehad, terwijl het hof daar ook in de nadere bewijsoverwegingen geen aandacht aan heeft besteed, zodat de in het arrest opgenomen bewijsmiddelen geen feiten en omstandigheden omvatten die redengevend kunnen zijn voor een bewezenverklaring van feit 2 op dit onderdeel.”
66.Het zesde middelfaalt.
zevende middelten slotte klaagt over de redelijke termijn in de cassatiefase.