Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Slotsom
5.Beslissing
19 april 2016.
Hoge Raad
Op 5 april 2014 werd verdachte aangehouden in De Bilt in een auto waarin een vuurwapen en munitie werden aangetroffen in een jas achter de bestuurdersstoel. Verdachte ontkende bewust te zijn van het wapen en stelde dat de jas door een medeverdachte was achtergelaten. Het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde verdachte voor het voorhanden hebben van het vuurwapen en munitie.
In cassatie klaagde verdachte dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat hij zich bewust was van het wapen en de munitie. De Hoge Raad bevestigde dat voor een veroordeling vereist is dat verdachte zich bewust was van het voorhanden hebben van het wapen of de munitie. Het hof had dit oordeel niet voldoende gemotiveerd, waardoor het oordeel niet begrijpelijk was.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting van het onderdeel over het wapenbezit. De overige middelen werden verworpen. De uitspraak werd gedaan op 19 april 2016 door de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent bewustheid van wapenbezit en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.