ECLI:NL:HR:2010:BN2370
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens ontoereikende bewijsvoering voorhanden hebben wapen en getuigenverzoek
De Hoge Raad heeft op 7 december 2010 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem uit juni 2009. De zaak betrof onder meer de vraag of verdachte het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie in de zin van artikel 26 van Pro de Wet wapens en munitie kon worden bewezen. Daarnaast speelde een geschil over het horen van getuigen die door de verdediging waren voorgesteld.
De verdediging had meerdere getuigen voorgesteld die niet bij het appelschrift waren opgegeven, maar voorafgaand aan de terechtzitting aan de Advocaat-Generaal. Het hof had deze verzoeken afgewezen omdat niet was voldaan aan het noodzaakcriterium van artikel 418, derde lid, Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad bevestigde dat dit criterium juist was toegepast en dat een beroep op het verdedigingsbelang niet op een later tijdstip kon worden gedaan.
Ten aanzien van het bewezenverklaren van het voorhanden hebben van het wapen en de munitie oordeelde de Hoge Raad dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat verdachte daadwerkelijk over het wapen en de munitie kon beschikken, mede gelet op de verklaring van verdachte dat ook anderen toegang hadden tot de opslagbox. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het dit betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
De Hoge Raad wees verder op de relevante wetsartikelen en eerdere jurisprudentie omtrent het horen van getuigen en het bewijs van het voorhanden hebben van wapens. De overige klachten van de verdachte werden verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het bewezenverklaren van het voorhanden hebben van het wapen en de munitie en de strafoplegging, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting; overige klachten worden verworpen.