Conclusie
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro, waarvan zes maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar.
middelklaagt over de bewezenverklaring voor zover dat betrekking heeft op het (voorwaardelijk) opzet op het voorhanden hebben van een precursor van amfetamine.
Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het ten laste gelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Hij moest op 15 oktober 2014 zijn bestelbus in Ochten bij een bedrijf neerzetten. Daar werd de bus geladen.
De dag erna zou de bus voor hem klaarstaan op de carpoolplaats in Ochten. De sleutel lag op het linker voorwiel.
De lading bestond uit tonnen met scheikundige namen.
Hem was verteld dat hij naar Eindhoven moest rijden, maar hij zou pas onderweg horen naar welk adres.
Er zaten geen vrachtbrieven bij de lading.
Dat hij door voornoemde omstandigheden misschien ook wel wist dat het foute boel was.
bedoeling(namelijk de voorbereiding of bevordering) vereisen opzet, met inbegrip van de mogelijkheid van voorwaardelijk opzet. [2]
anderenvoor ogen staat, gevoegd bij de wetenschap van de verdachte – mogelijk in voorwaardelijke zin – dat hij aan de verwezenlijking van dat oogmerk van anderen een bijdrage levert.
ernstige reden om te vermoedendat die stoffen zijn bestemd voor het vervaardigen van een middel van lijst I. [3] Er moeten dus objectieve bezwaren bestaan die bij de verdachte een ernstig vermoeden (moeten) hebben teweeggebracht dat de voorhanden stof bestemd is voor het vervaardigen van een harddrug. [4]