Conclusie
2.Bespreking van het cassatieberoep
eerste klachtbehoeft dus geen bespreking.
tweede klacht, die uiteenvalt in de onderdelen 2A tot en met 2C, is gericht tegen rov. 2.3 van het tussenarrest en rov. 2.3-2.4 van het eindarrest. In rov. 2.3 van het tussenarrest heeft het hof vanwege het voortduren van de alimentatieverplichting overwogen dat thans (nog) niet kan worden gezegd dat de situatie van [verzoeker] zodanig is gestabiliseerd dat het vertrouwen gerechtvaardigd is dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen zal nakomen. In rov. 2.3 van het eindarrest heeft het hof geoordeeld dat [verzoeker] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn situatie zodanig is gestabiliseerd dat het vertrouwen gerechtvaardigd is dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen. Rov. 2.4 van het eindarrest bevat het oordeel dat het voor risico van [verzoeker] komt dat de Belgische rechter hem tot op heden niet heeft gevolgd in zijn standpunt met betrekking tot nihilstelling dan wel vermindering van de alimentatie.
onderdeel 2Azijn de voornoemde overwegingen in strijd met een rechtsregel die volgt uit een uitspraak van Uw Raad van 18 december 2015 [6] . Deze rechtsregel houdt in dat een verzoek tot toepassing van de WSNP niet zonder meer mag worden afgewezen op de grond dat de verzoeker niet in staat is om aan een alimentatieverplichting te voldoen in het geval (1) de verzoeker heeft aangevoerd dat hij bij toepassing van de WSNP zo spoedig mogelijk ook een verzoek zal indienen om de alimentatieverplichting op nihil te stellen en (2) gezien de jurisprudentie van Uw Raad de verwachting gerechtvaardigd is dat dit verzoek zal worden toegewezen. Het onderdeel bepleit dat deze rechtsregel hier (analoog) had moeten worden toegepast. Daarvoor zou temeer aanleiding zijn omdat de Belgische alimentatierechter en de Nederlandse WSNP-rechter niet aan elkaars oordelen zijn gebonden. Bovendien wordt erop gewezen dat het hof [verzoeker] voor het overige “WSNP-geschikt” heeft geacht en dat van andere weigeringsgronden niet is gebleken (tussenarrest, rov. 2.3).
toerekenbaartekort zal schieten in het nakomen van die verplichtingen [19] . Eén van deze verplichtingen is om de lopende betalingsverplichtingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling niet werkt (zoals huur, zorgpremie en nutsvoorzieningen) na te komen [20] . Ook alimentatieverplichtingen vallen hieronder.
tweede klachtacht ik gegrond.