ECLI:NL:HR:2010:BM5703
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vaststelling draagkracht alimentatieplichtige bij investering in woning en vermogen
Uit het ontbonden huwelijk van partijen zijn drie kinderen geboren, die bij de vrouw wonen. De man is alimentatieplichtig en kocht een woning en een weiland, waarin hij een aanzienlijk bedrag investeerde. De rechtbank stelde de alimentatiebijdrage vast, het hof verlaagde deze aanzienlijk vanwege het niet-liquide vermogen van de man.
De vrouw stelde dat de man zijn vermogen onrendabel had geïnvesteerd in een te dure woning, waardoor hij minder alimentatie kon betalen. Het hof vond dat het vermogen niet liquide was en dat de woonlasten redelijk waren, maar motiveerde dit onvoldoende.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof miskend had dat bij de draagkracht ook moet worden gekeken naar middelen die redelijkerwijs beschikbaar zijn. De vaststelling dat het vermogen niet liquide is, weerlegt niet het standpunt dat de man zijn vermogen niet onrendabel had mogen investeren gezien zijn onderhoudsverplichting.
Ook heeft het hof onvoldoende gemotiveerd waarom van de man niet gevergd kan worden zijn woning te verkopen om aan zijn alimentatieverplichting te voldoen. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling van de draagkracht en woonlasten in het licht van deze overwegingen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor nieuwe beoordeling van draagkracht alimentatieplichtige.