Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
18 december 2015.
Hoge Raad
De verzoeker, die in 2011 is gescheiden en alimentatieverplichtingen heeft, verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees het verzoek af wegens vermeende slechte trouw bij het ontstaan van belastingschulden. Het hof oordeelde dat het verzoek moest worden afgewezen omdat niet aannemelijk was dat de verzoeker zijn verplichtingen zou nakomen, mede vanwege oplopende alimentatieschulden.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof onvoldoende rekening hield met de mogelijkheid dat de verzoeker zijn alimentatieverplichtingen via een verzoek tot verlaging of nihilstelling kan aanpassen, zoals in eerdere jurisprudentie is bevestigd. Het oordeel van het hof is daarom onjuist of onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. Hiermee wordt erkend dat de alimentatieverplichting niet zonder meer een reden kan zijn om schuldsanering te weigeren.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof.