Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
bij derden, mits vervolgens aan de verschenen procespartijen gelegenheid wordt gegeven om daarvan kennis te nemen en zich daarover uit te laten. [25] Het Wetboek van Strafvordering kende vóór de uitbraak van dit virus al een bepaling over het horen, verhoren of ondervragen van personen per videoconferentie waarbij een directe beeld- en geluidsverbinding tot stand komt (zie art. 131a Sv en het Besluit videoconferentie, Stb. 2006, 275, nadien gewijzigd). De Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid geeft in art. 27 regels Pro voor het horen of verhoren per telefoon (d.w.z. alleen geluidsverbinding) en in art. 28 bijzondere Pro regels voor de inhoudelijke behandeling van strafzaken en raadkamerzittingen betreffende vorderingen van het O.M. tot gevangenhouding of gevangenneming of de verlenging daarvan. In het bestuursprocesrecht bestond vóór de uitbraak van dit virus al een wettelijke grondslag voor eventuele videoconferenties (art. 8:40a Awb).
zorgmachtigingals bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wvggz gaat een uitgebreid voorbereidingstraject vooraf. Daarbij wordt de betrokkene onderzocht door een onafhankelijke psychiater; zie art. 5:7 Wvggz Pro. De geneesheer-directeur, die opdracht geeft tot het onderzoek, draagt ervoor zorg dat de psychiater in de medische verklaring in elk geval zijn bevindingen vermeldt inzake:
objective medical expertise" worden verstaan als onderzoek door een psychiater. In art. 5 lid Pro 1 (oud) Wet Bopz heeft aan de wetgever kennelijk een onderzoek voor ogen gestaan, waarbij de psychiater de betrokkene in een direct contact spreekt en observeert. De Hoge Raad heeft hierbij wel het voorbehoud gemaakt dat niet kan worden aanvaard dat indien zo’n direct contact niet of slechts in beperkte mate mogelijk is als gevolg van weigering van de betrokkene om daaraan mee te werken, geen voorlopige machtiging (als bedoeld in art. 2 (oud) Bopz) zou kunnen worden verleend. In een dergelijk geval zal de psychiater in zijn verklaring uiteen moeten zetten waarom hij de betrokkene niet of slechts in een beperkte mate heeft kunnen onderzoeken en op welke gronden hij, mede aan de hand van van derden verkregen informatie, niettemin tot de slotsom is gekomen dat betrokkene gestoord is in zijn geestvermogens en dat een geval als bedoeld in art. 2 (oud) Wet Bopz zich voordoet. Vervolgens zal de rechtbank dienen na te gaan of de psychiater datgene heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden verwacht om het door de wet vereiste onderzoek te doen plaatsvinden. Voorts zal de rechtbank behoren na te gaan of, ondanks de aan de verklaring klevende beperking, voldoende is komen vast te staan dat betrokkene gestoord is in zijn geestvermogens en dat een geval als bedoeld in artikel 2 Wet Pro Bopz zich voordoet. [29]
online-verbindingen met of zonder ‘videoconferentie’. Dit veronderstelt dat de patiënt hiermee instemt en de beschikking heeft of kan krijgen over de benodigde apparatuur, de verbinding niet hapert en voldoende beveiligd is in verband met privacy-risico’s. De voordelen van deze communicatievormen liggen voor de hand (zoals besparing van reistijd en -kosten voor de arts of voor de patiënt). Veel patiënten, maar niet alle, zijn reeds vertrouwd met het gebruik van de benodigde apparatuur. De nadelen van deze vormen van communicatie zijn ook bekend. Bij enkel een geluidsverbinding (audiocontact) kan de gesprekspartner in het geheel niet worden waargenomen en bij een videoverbinding slechts beperkt: alleen het gezicht van de gesprekspartner komt in beeld. Dit behoeft niet storend te zijn voor de communicatie wanneer het gaat om een eenvoudig gespreksonderwerp en gesprekspartners die elkaar al kennen. [32] Voor een eerste contact en zeker bij een psychiatrisch onderzoek dat vooraf gaat aan een crisismaatregel ligt direct persoonlijk contact tussen de onafhankelijke psychiater en de te onderzoeken persoon meer voor de hand dan het gebruik van een elektronisch communicatiemiddel. [33]
lock-down’) te beschouwen als een vorm van overmacht, die een uitzondering op de regel van direct persoonlijk onderzoek rechtvaardigt. Dit wil niet zeggen dat in zulke gevallen zonder meer mag worden afgezien van het horen en zien van de patiënt door de psychiater: in zulke gevallen rijst de vraag of voldoende compenserende maatregelen zijn getroffen om het niet naleven van de hoofdregel te kunnen rechtvaardigen.
preventiefvan aard en beogen ook de bescherming van anderen dan alleen de gespreksdeelnemers. [35]
telefonischdoor de rechter te worden gehoord, stuit de klacht af op de terugwerkende kracht van art. 2 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid. Deze bepaling staat toe dat de mondelinge behandeling van het verzoek door de rechtbank tussen 16 maart en 1 september 2020 plaatsvindt door middel van een tweezijdig elektronisch communicatiemiddel. Dat de rechtbank deze werkwijze heeft gekozen in verband met de uitbraak van het virus COVID-19 en niet om een andere reden, volgt rechtstreeks uit de motivering van de rechtbank. In de motivering van haar beslissing kon de rechtbank nog geen rekening houden met hetgeen later in de memorie van toelichting bij het op 8 april 2020 aan de Tweede Kamer aangeboden wetsvoorstel 35 434 hierover zou worden opgemerkt; zie alinea 2.12 hiervoor.
second best’-oplossing indien het fysiek voor de rechter verschijnen praktisch onmogelijk is of, ter bescherming van het zwaarwegende belang van bescherming van het leven en de gezondheid van de patiënt en van anderen, niet verantwoord wordt geacht. Een
quick scanin de sinds 16 maart 2020 gepubliceerde rechtspraak maakte mij duidelijk dat de rechtbanken op ruime schaal gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om de mondelinge behandeling van Wvggz-machtigingszaken te laten verlopen per telefoon of via een andere vorm van tweezijdige elektronische communicatie.