ECLI:NL:RBROT:2020:3724
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg met verkorte duur
De rechtbank Rotterdam behandelde op 16 april 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die vanwege een psychische stoornis ernstig nadeel veroorzaakt. De zaak werd telefonisch behandeld vanwege de COVID-19-pandemie, waarbij betrokkene niet persoonlijk wilde worden gehoord en alleen telefonisch kon worden gehoord zonder beeldverbinding.
De rechtbank stelde vast dat de medische verklaring was opgesteld op basis van een telefonisch gesprek tussen de psychiater en betrokkene, zonder persoonlijk contact, vanwege het besmettingsgevaar. Desondanks achtte de rechtbank het onderzoek zorgvuldig en voldoende. Betrokkene lijdt aan schizofrenie of een andere psychotische stoornis, vertoont agressie en weigert behandeling, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.
De rechtbank concludeerde dat aan de criteria voor verplichte zorg was voldaan en dat er geen minder bezwarende alternatieven waren. De verplichte zorg omvat medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking en opname. Vanwege het ontbreken van persoonlijk onderzoek en het telefonisch verhoor werd de duur van de zorgmachtiging beperkt tot twee maanden, waarna betrokkene opnieuw de gelegenheid krijgt haar mening te uiten.
De beschikking werd op 16 april 2020 mondeling gegeven en op 20 april schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging met een verkorte duur van twee maanden vanwege het ontbreken van persoonlijk onderzoek en telefonisch verhoor.