Conclusie
eerstemiddel klaagt dat de artikelen 69 AWR en 225 Sr zijn geschonden aangezien het hof de verdachte onder feit 1 heeft veroordeeld ter zake van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, vanwege het ‘valselijk en in strijd met de waarheid’ opnemen van ‘een te laag bedrag aan af te dragen BTW’ en een ‘fictief, althans te hoog, bedrag aan terug te vragen BTW’ in zijn elektronische aangiften omzetbelasting, terwijl deze feiten eveneens onder één van de bepalingen van artikel 69, eerste en tweede lid, AWR vallen. Daarom zou strafvervolging uit hoofde van art. 225 Sr Pro uitgesloten zijn.
tweedemiddel klaagt dat de bewezenverklaring van feit 1 niet steunt op de inhoud van bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Er zou niet blijken van het (zonder tussenkomst van een ander) doen van een onjuiste aangifte, terwijl niet bewezen is verklaard dat de verdachte met tussenkomst van een ander – te weten Administratiekantoor [...] te [plaats] – onjuiste aangifte heeft gedaan of laten doen. Datzelfde zou
mutatis mutandisgelden voor het valselijk opmaken van de aangiften.
januari 2008 t/m december 2008.Een overzicht van de data waarop deze uitnodigingen op of omstreeks ter bezorging zijn aangeboden voeg ik als bijlage bij deze verklaring. Een afdruk van de gegevens voeg ik als bijlage bij deze verklaring
januari 2008 t/m december 2008de aangiften omzetbelasting betreffende belastingplichtige elektronisch zijn binnengekomen met behulp van een softwarepakket op de computersystemen van de Belastingdienst door tussenkomst van
Administratiekantoor [...]te [plaats] .
derdemiddel klaagt dat onder feit 1 bewezen is verklaard dat de verdachte telkens ‘een fictief, althans te hoog, bedrag aan terug te vragen BTW’ heeft opgenomen in de (elektronische) aangiften omzetbelasting, waarbij dit oordeel mede gebaseerd is op de verklaring van [betrokkene 2] , terwijl de betrouwbaarheid van diens verklaring in een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt zou zijn bestreden zonder dat ’s hofs arrest de redenen vermeldt die tot afwijking van dat standpunt hebben geleid.
“Er staan diverse handtekeningen op, welke onderling sterk verschillen. In diverse verhoren ontkent [betrokkene 2] deze handtekeningen geplaatst te hebben.”
"Ik heb de handtekeningen in elk geval niet bewust op een factuur gezet. Ik heb nu geen idee meer wat ik dan wel getekend heb”.(…)
“in totaal een paar duizend euro”gehad heeft.
.
vierdemiddel klaagt dat de bewezenverklaring van feit 3 niet steunt op de inhoud van bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden.
NJ2009/94 m.nt. Borgers, besliste Uw Raad eerder dat ‘vermogensbestanddelen waarover men de beschikking heeft doordat belasting is ontdoken, (…) in zoverre (kunnen) worden aangemerkt als van misdrijf afkomstig in de zin van’ art. 420bis Sr. In de casus van dat arrest was sprake van geld waarvan de verdachte wist dat het voor de fiscus was verzwegen (‘zwart geld’). [26] Hier gaat het om een andere situatie. De verdachte in de onderhavige zaak heeft te weinig BTW afgedragen (feit 1). Daardoor heeft hij belasting uitgespaard. Staat daarmee vast dat er vermogensbestanddelen zijn waarover de betrokkene door het plegen van dat feit ‘de beschikking’ heeft, en zo ja, welke?
einen Gegenstand, der aus einer in Satz 2 genannten rechtswidrigen Tat herrührt, verbirgt, dessen Herkunft verschleiert oder die Ermittlung der Herkunft, das Auffinden, die Einziehung oder die Sicherstellung eines solchen Gegenstandes vereitelt oder gefährdet’. De strafbaarstelling geldt daarnaast bij ‘
gewerbsmäßigen oder bandenmäßigen Steuerhinterziehung nach § 370 der Abgabenordnung für die durch die Steuerhinterziehung ersparten Aufwendungen und unrechtmäßig erlangten Steuererstattungen und -vergütungen sowie in den Fällen des Satzes 2 Nr. 3 auch für einen Gegenstand, hinsichtlich dessen Abgaben hinterzogen worden sind’. In de context van dit fiscale misdrijf gaat het derhalve om het verbergen etc. van lasten die door het ontduiken van de belasting zijn uitgespaard, om een onrechtmatig verkregen belastingteruggave, of om een voorwerp waarover geen heffing is betaald. Een dergelijke expliciete wetsbepaling ontbreekt in ons Wetboek van Strafrecht.
“door het opzettelijk doen van onjuiste belastingaangifte beschikt over ten onrechte niet afgedragen BTW en ten onrechte verrekende BTW. Verdachte heeft over deze bedragen beschikt terwijl hij wist dat deze uit misdrijf afkomstig waren (feit 3)”.
NJ2017/474 kan worden afgeleid dat wanneer het gaat om gewoon (schuld)witwassen bestaande in het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, uit de motivering van de uitspraak moet kunnen worden afgeleid ‘dat de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp’. Het oordeel dat niet sprake is van een onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig voorwerp zal vooral niet begrijpelijk kunnen zijn indien ‘daarnaast sprake is van een ten laste van de verdachte uitgesproken bewezenverklaring ter zake van het begaan van een ander misdrijf met betrekking tot hetzelfde voorwerp, door middel van welk misdrijf de verdachte dat voorwerp kennelijk heeft verworven of voorhanden heeft’ (rov. 2.5 en 2.6). Dat geval doet zich hier naar het mij voorkomt voor.
NJ2014/303 m.nt. Keijzer onder
NJ2014/305 overwoog Uw Raad (kort gezegd) dat de kwalificatie-uitsluitingsgrond in beginsel geen betrekking heeft op een geval ‘waarin is bewezenverklaard het (…) "gebruik maken" (...) van zulke voorwerpen (…).’ Daarop wordt evenwel een uitzondering gemaakt ‘in het bijzondere geval dat zulk (…) "gebruik maken" (…) van door eigen misdrijf verkregen voorwerpen plaatsvindt onder omstandigheden die niet wezenlijk verschillen van gevallen waarin een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die daarmee de door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig zou maken aan het witwassen van die voorwerpen. Voorkomen moet immers worden dat de hiervoor (…) weergegeven regels worden omzeild enkel door het tenlasteleggen en/of bewezenverklaren van een andere delictsgedraging dan "verwerven" of "voorhanden hebben".’