Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel van de verdachte
Feit 1 (slachtoffer [slachtoffer 1] )
medeplegenis vereist dat er sprake was van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte.
(voorwaardelijk) opzetop de dood van het slachtoffer [slachtoffer 1] had en dat bij hem sprake was van voorbedachte raad.
3.Het tweede middel van de verdachte
op dat momentte beantwoorden vraag of de oplegging dan wel de verdere tenuitvoerlegging verenigbaar is met artikel 3 EVRM Pro.
de facto irreducible’’ is.
prospect of rehabilitation” in de kern gaat om de vraag welke mogelijkheden de levenslanggestrafte krijgt om zich te ontwikkelen ten behoeve van een mogelijke terugkeer in de samenleving.
prospects of rehabilitationomvat een breed scala aan omstandigheden die de levenslang gestrafte moeten helpen in aanmerking te komen voor een mogelijke invrijheidsstelling in de toekomst, zonder dat daarbij een precies onderscheid in te maken valt tussen resocialisatie en re-integratie zoals dat in de Nederlandse context gebeurt. Het EHRM laat de lidstaten een ruime
margin of appreciation, zowel wat betreft de termijn waarbinnen een herbeoordeling dient plaats te vinden als de vorm waarin dat plaatsvindt, zolang de veroordeelde een reeële mogelijkheid wordt geboden zich voor te bereiden op een terugkeer in de samenleving. [42]
re-integratie activiteiten: activiteiten, inclusief verlof, die aanvullend op de resocialisatieactiviteiten de gedetineerde in staat stellen te werken aan de voorbereiding op zijn mogelijke terugkeer in de samenleving;”
de facto’’geen reëel perspectief op vrijlating biedt.
’degree of clarity and certainty’’ moeten hebben, dat de beoordeling moet zijn gebaseerd op ‘
’objective, pre-established criteria’’ en de procedure met voldoende rechtswaarborgen moet zijn omkleed. Volgens de steller van het middel voorziet de huidige procedure met betrekking tot het Adviescollege levenslanggestraften en de beslissing van de minister onvoldoende in heldere en objectieve criteria. Aangevoerd wordt:
de jurenoch
de factobekort kan worden.
presidential clemency) omzetting van de levenslange naar een tijdelijke gevangenisstraf mogelijk is na 20 jaar. Daartoe zijn zogenaamde
Clemency Procedure Regulationsin het leven geroepen en een
Clemency Commission, die de aanvragen van levenslanggestraften in dat kader onderzoekt.
Clemency Commissionniet zodanig is samengesteld dat deze in staat is tot een professioneel onderzoek van de aanvraag, de criteria die gelden om voor
clemencyin aanmerking te komen vaag zijn geformuleerd en noch de
Clemency Commissionnoch de president een beslissing aangaande een aanvraag hoeft te motiveren. Tot slot is het niet mogelijk de beslissing op een aanvraag door een rechter te laten toetsen.
to secure prison regimes to lifeprisoners which are compatible with the aim of rehabilitation and enablesuch prisoners to make progress towards their rehabilitationIn this context the Court has previously held that such an obligation exists in situations where it is the prison regime or the conditions of detention which obstruct rehabilitation (see Murray, cited above, § 104, with further references).
[onderstreping AG TS].
de jure,aan de vereisten die kunnen worden afgeleid uit de toetsing van het EHRM in de zaak Petukhov tegen de Oekraïne.
de juremogelijk is, niet in strijd komt met art. 3 EVRM Pro. De tweede deelklacht over het ontbreken van de vereiste objectieve en heldere criteria stuit daar dus op af.
4.De middelen van de benadeelde partij met betrekking tot feit 1
materiële schade
proceskosten
Reiskosten
5.Het middel van de benadeelde partijen met betrekking tot feit 2
Immateriële schade.