Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 27 februari 2018
in de zaak met bovenvermeld zaaknummer van:
STAAT DER NEDERLANDEN (ministerie van Justitie en Veiligheid),
appellant,
hierna te noemen: de Staat,
[geïntimeerde],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
(2.1) [geïntimeerde] is in 1989 onherroepelijk veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf en is in verband hiermee sinds 9 oktober 1987 in detentie. Hij heeft sindsdien 6 gratieverzoeken ingediend. Op de eerste vijf gratieverzoeken is door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (hierna: de Staatssecretaris) afwijzend beslist.
Verdere beoordeling
enkeleomstandigheid echter dat het vonnis inmiddels is nagekomen dwingt niet tot het oordeel dat, ex nunc toetsend, het terecht gewezen vonnis (bij gebrek aan spoedeisend belang) vernietigd moet worden. Dit betekent dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd, met veroordeling van de Staat als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep.
BeslissingHet hof:
- bekrachtigt het bestreden vonnis;
- veroordeelt de Staat in de kosten in appel, tot zover aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 313,-- aan griffierecht en € 2.682,-- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
H.C. Grootveld en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2018 in aanwezigheid van de griffier.