Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:718

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 mei 2019
Publicatiedatum
14 mei 2019
Zaaknummer
18/01528
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt levenslange gevangenisstraf voor betrokkenheid bij Drentse roofmoorden

De zaak betreft de Drentse roofmoorden waarbij verdachte is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens betrokkenheid bij de moord op een persoon in het natuurgebied Dwingelderveld en het wurgen van een echtpaar uit Exloo. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft deze straf opgelegd en het cassatieberoep van verdachte richtte zich onder meer op bewijsklachten over medeplegen en voorbedachte raad, alsmede op de verenigbaarheid van de levenslange gevangenisstraf met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte verworpen zonder nadere motivering, omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Ook de middelen van de benadeelde partijen werden betrokken, maar leidden niet tot een andere uitkomst.

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee het vonnis van het hof en bekrachtigt de levenslange gevangenisstraf. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 14 mei 2019.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de levenslange gevangenisstraf en verwerpt het cassatieberoep van verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/01528
Datum14 mei 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 15 maart 2018, nummer 21/006986-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte]geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft R. Korver, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij [benadeelde 3] heeft C. Bijl, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier
S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 mei 2019.