Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede en het vierde middel
3.Beoordeling van het eerste en het derde middel
4.Beslissing
4 april 2017.
Hoge Raad
Op 14 juli 2010 vond een schietincident plaats op een woonwagenkamp te Breda waarbij een 12-jarige jongen werd gedood en diens moeder gewond raakte. Verdachte en medeverdachten hadden aanvankelijk het plan om de vader van het gezin te ontvoeren, maar toen dat niet lukte, schoten zij op de woonwagen.
Het hof stelde vast dat verdachte deel uitmaakte van een groep die zich had voorbereid op het gebruik van vuurwapens, met meerdere wapens en beschermende kleding, en dat verdachte een wezenlijke bijdrage leverde door onder meer de bus te regelen en aanwezig te zijn tijdens het incident. Het hof concludeerde dat verdachte medepleger was met (voorwaardelijk) opzet op de dood en dat sprake was van voorbedachte raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende en juiste motieven had voor de bewezenverklaring van medeplegen en voorbedachte raad. De verdediging voerde aan dat verdachte slechts chauffeur was en zich had gedistantieerd, maar dit werd niet aannemelijk geacht. Het beroep in cassatie werd verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte voor medeplegen moord en poging tot moord met voorbedachte raad.