Conclusie
1.De feiten
€26.750,-- gestort op de bankrekening van Bemo Bedrijfswagens B.V. waarbij is vermeld “Bemo & Loven Beheer B.V.” (productie 15 bij antwoordakte Achmea van 29 februari 2012). [4] Naar de vaststelling van het hof is Loven Beheer B.V. als begunstigde vermeld. [5] Op het bedrag van de totale schade van € 29.000,-- is een bedrag van € 2.250,-- wegens eigen risico in mindering gebracht.
€26.750,-- aansprakelijk gesteld.
2.Het procesverloop
€33.860,23 vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Dit bedrag bestaat uit de uitkering van Achmea ad € 26.750,--, het eigen risico ad € 2.250,--, buitengerechtelijke expertisekosten van € 399,84 en buitengerechtelijke incassokosten ad in totaal € 4.460,39.
NJ2006/401) van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: ‘HvJ EU’) wordt een product in het verkeer gebracht wanneer het product het productieproces heeft verlaten en is opgenomen in het verkoopproces in een vorm waarin het aan het publiek wordt aangeboden voor gebruik of consumptie. De rechtbank is van oordeel dat dit criterium ook opgaat in deze zaak waar het gaat om onrechtmatig handelen dat bestaat uit het in het verkeer brengen van een gebrekkig product. Vast staat dat de vrachtauto is geproduceerd door Daf. Daf Trucks Deutschland GmbH produceert geen vrachtauto’s maar distribueert alleen vrachtauto’s. Het feit dat de vrachtauto niet rechtstreeks door Daf aan een afnemer is geleverd, maar via Daf Trucks Deutschland GmbH, leidt niet tot de conclusie dat Daf de vrachtauto in dit geval niet in het verkeer heeft gebracht (rov. 4.16). De rechtbank heeft daarmee het verweer verworpen dat de vrachtauto niet door Daf, maar door Daf Trucks Deutschland GmbH in het verkeer zou zijn gebracht (hiervoor 2.4).
rekening van Bemo bleef inzake de schadegebeurtenis (...) waarbij de (...) auto (...) door brand beschadigd raakte, te verhalen".Uitleg van een en ander aan de hand van strenge eisen (zie HR 22 oktober 2004, NJ 2004, 202 [11] ) brengt het hof tot het oordeel dat reeds bij dagvaarding in eerste aanleg voldoende duidelijk was dat Achmea tevens optrad in de hoedanigheid van gevolmachtigde van een conglomeraat zich noemende Bemo & Loven Beheer B.V., waartoe in elk geval behoorde Bemo, zijnde Bemo Bedrijfswagens B.V. De rechtbank heeft Achmea dan ook terecht in haar vordering ontvangen, zodat de tweede grief faalt.”
“Ter plaatse van het spatbord zou het een koud kunstje zijn geweest om met het luchtpistool de zaak schoon te spuiten. Sinds dat we dit probleem weten, na de brand, gebeurt dat ook."
3.Het cassatiemiddel
Onderdeel 2richt zich tegen het oordeel dat Daf de vrachtauto in het verkeer heeft gebracht. Volgens
subonderdeel 3.1heeft het hof ten onrechte geoordeeld dat de vrachtauto niet de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik nodig zijn.
Subonderdeel 3.2bestrijdt het oordeel dat geen sprake is van eigen schuld vanwege onzorgvuldig gebruik en onderhoud van de vrachtauto.
Subonderdelen 3.3-3.4komen op tegen het oordeel dat geen sprake is van eigen schuld ondanks het feit dat Loven Trucks B.V., zusterbedrijf van Bemo Bedrijfswagens B.V., geen vervolg heeft gegeven aan een attendering van Daf.
4.Ontvankelijkheid en procedeerbevoegdheid Achmea
5-13 van de conclusie van dupliek en alinea’s 11 en 15-21 van de memorie van grieven. In deze alinea’s wordt samengevat betoogd (1) dat uitsluitend een verzekeringsovereenkomst bestaat tussen Achmea en Loven Beheer B.V., en dat Bemo Bedrijfswagens B.V. hierbij geen partij is, (2) dat de schade-uitkering dienovereenkomstig aan Loven Beheer B.V. is gedaan en (3) dat Achmea dus niet is gesubrogeerd in de rechten van Bemo Bedrijfswagens B.V.
lastgeving zonder volmachtkan de lasthebber enkel in eigen naam optreden. Er is dan sprake van middellijke vertegenwoordiging. De lasthebber zonder volmacht is niet gehouden om in de dagvaarding te vermelden dat hij optreedt voor de belangen van een derde. [34] Op verzoek moet de lasthebber zonder volmacht wel aantonen dat hij bevoegd is de betreffende vordering in te stellen. [35]
lasthebber met volmachtis bevoegd om op te treden als onmiddellijke vertegenwoordiger van de materieel belanghebbende. Wanneer hij dat doet, verschijnt de lasthebber met volmacht in naam van een door hem genoemde volmachtgever om wiens belangen het gaat. [36] Een door de gevolmachtigde binnen de grenzen van zijn bevoegdheid verrichte rechtshandeling treft in haar gevolgen de volmachtgever (art. 3:66 BW Pro). [37]
onmiddellijk vertegenwoordiger. Het hof heeft die vraag op de navolgende gronden bevestigend beantwoord (rov. 4.5 (1)):
in eigen naameen vordering van een derde te verhalen, nu Bemo & Loven Beheer BV slechts
volmacht(art. 3:60 jo Pro. art. 3:79 BW Pro) heeft verleend om haar schade te verhalen en uit de dagvaarding niet blijkt dat Achmea (mede)
namensBemo & Loven Beheer BV procedeert (HR 22 oktober 2004, NJ 2006, 202 inz. [...] /ABN AMRO)?”
onderdeel 1naar mijn mening vergeefs is voorgesteld.
5.Algemene uitgangspunten aansprakelijkheid gebrekkige producten
gebrekkig productis sprake wanneer het product niet de veiligheid biedt die men daarvan, alle omstandigheden in aanmerking nemend, mag verwachten. Het komt hierbij – zo volgt uit art. 6:186 BW Pro, waarbij ook in een beoordeling ex art. 6:162 BW Pro kan worden aangesloten (hiervoor 5.6) – in het bijzonder aan op (a) de presentatie van het product, (b) het redelijkerwijs te verwachten gebruik van het product en (c) het tijdstip waarop het product in het verkeer is gebracht. Verder dient te worden gelet op het nut van het product, de ernst en de mate van waarschijnlijkheid van schade en het bestaan van alternatieven. [55] In dit verband is van belang dat de producent er niet zonder meer vanuit mag gaan dat de gebruiker steeds alle benodigde voorzorgsmaatregelen in acht zal nemen. [56] Geen vereiste is dat het product in algemene zin ondeugdelijk is of dat de gehele soort of het type producten schade veroorzaakt bij normaal gebruik voor het doel waarvoor het is bestemd. [57]
‘in het verkeer brengen’kan het volgende worden opgemerkt. Voor vorderingen op basis van art. 6:162 BW Pro is – voor zover mij bekend – door Uw Raad nog geen invulling gegeven aan dit begrip. Het HvJ EU heeft het begrip ‘in het verkeer brengen’ in het kader van de Richtlijn productaansprakelijkheid in zijn arrest O’Byrne/Sanofi wel al uitgelegd. [58] Het ligt vanuit een oogpunt van consistentie (en in verband daarmee ook rechtszekerheid) in de rede dat de rechter waar mogelijk aansluiting zoekt bij deze uitleg in zaken (zoals de onderhavige) die niet door de Richtlijn maar door art. 6:162 BW Pro worden bestreken. [59] Deze uitleg heeft dan een zekere doorwerking naar gevallen die niet rechtstreeks onder de Richtlijn vallen. In cassatie kan in casu in ieder geval al om procesrechtelijke redenen van de door het HvJ EU gehanteerde uitleg worden uitgegaan:
reflexwerkinggesproken: [69] het gegeven dat men voor de bewuste gedragingen op basis van een bijzondere aansprakelijkheid (kwalitatieve aansprakelijkheid) aansprakelijk is jegens derden leidt nu niet tot schadeplichtigheid jegens derden maar tot eigen schuld. De betrokkene moet in de verhouding tot de door hem aangesproken persoon dulden dat een deel van de schade voor eigen rekening blijft, omdat deze voor dat deel is te schrijven op het conto van een persoon in zijn eigen risicosfeer. [70] Deze kwestie is in de onderhavige zaak van belang aangezien Daf heeft aangevoerd dat nalaten van Loven Trucks B.V. voor rekening en risico van Bemo Bedrijfswagens B.V. komt en daarom in het kader van eigen schuld aan Achmea kan worden tegengeworpen. De stelplicht en bewijslast van de ‘eigen schuld’ rusten op grond van art. 150 Rv Pro op de aansprakelijke partij. [71] Overigens bevat, zoals hiervoor reeds werd aangegeven (5.2), de regeling met betrekking tot productaansprakelijkheid een specifieke bepaling over eigen schuld. Op grond van art. 6:185 lid 2 BW Pro kan de aansprakelijkheid van de producent vanwege
eigen schuldworden verminderd indien de schade zowel is veroorzaakt door een gebrek in het product als door schuld van de benadeelde of een persoon voor wie de benadeelde aansprakelijk is (art. 6:185 lid 2 BW Pro). De parlementaire geschiedenis bij art. 6:185 BW Pro noemt als voorbeeld van ‘eigen schuld’ een automobilist die na ontdekking van een defect remsysteem blijft doorrijden. [72] In de wetsgeschiedenis wordt voor de verdere invulling van het begrip eigen schuld verwezen naar art. 6:101 BW Pro. De wetsgeschiedenis vermeldt ter toelichting dat art. 8 lid 2 van Pro de Richtlijn de invulling van het begrip ‘eigen schuld’ impliciet overlaat aan het nationale recht en dat de rechter daardoor kan aanknopen bij de in het nationale recht ontwikkelde opvattingen. [73] De beide eigen schuld-bepalingen zullen, gelet op de tekst en de parlementaire geschiedenis, dus gelijkwaardige resultaten opleveren. [74]
6.Terug naar de klachten
onderdeel 2mijns inziens geen doel.
‘idiot proof’dient te zijn.
‘idiot proof’zou moeten zijn.
onderdeel 3.1geen doel.
eo ipsouitsluit dat Daf zich in haar relatie tot Bemo Bedrijfswagens B.V. kan beroepen op eigen schuld wegens nalaten van Loven Trucks B.V.