ECLI:NL:HR:2008:BC4959
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder tegenover individuele aandeelhouder bij schending statutaire bepalingen
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een individuele aandeelhouder centraal. NOM investeringsmaatschappij vordert schadevergoeding van de bestuurders van Holding wegens het niet naleven van statutaire bepalingen omtrent het aanvragen van surséance van betaling.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof vernietigde dit en veroordeelde de bestuurders tot schadevergoeding. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling. De Hoge Raad bevestigt dat de norm van art. 2:9 BW Pro over behoorlijke taakvervulling ook geldt tegenover individuele aandeelhouders.
De Hoge Raad benadrukt dat een bestuurder aansprakelijk kan zijn indien hij ernstig verwijtbaar handelt, ook wanneer het gaat om schending van statutaire bepalingen die individuele aandeelhouders beschermen. Het hof moet nu beoordelen of de bestuurders een ernstig verwijt treft gelet op alle omstandigheden, waaronder negen specifieke punten aangevoerd door de bestuurders.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad het procesrechtelijke aspect van het grievenstelsel in hoger beroep en bevestigt dat nieuwe grieven in een later stadium in beginsel niet worden toegelaten, tenzij strijd met goede procesorde ontbreekt.
De Hoge Raad veroordeelt NOM in de kosten van het cassatieproces en wijst het incidentele cassatieberoep af.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de verwijtbaarheid van de bestuurders jegens NOM.