ECLI:NL:HR:2004:AR3170
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens overschrijding termijn bij merkenrechtelijke inbreukzaak
In deze zaak stond centraal de vraag of Bosta in cassatie kon worden toegelaten tegen een tussenarrest en een eindarrest van het hof in een procedure over inbreuk op auteurs- en merkrechten van VDL. Bosta had cassatieberoep ingesteld tegen het tussenarrest van 24 juni 2003 en het daarop volgende arrest van 9 maart 2004, waarin het hof had bepaald dat cassatieberoep tegen het tussenarrest mogelijk was.
De Hoge Raad overwoog dat het beroep in cassatie binnen de wettelijke termijn van drie maanden na het tussenarrest van 24 juni 2003 moest worden ingesteld. Hoewel het hof op 9 maart 2004 had bepaald dat cassatieberoep tegen het tussenarrest kon worden ingesteld, kon dit niet leiden tot ontvankelijkheid van een beroep dat na het verstrijken van de termijn was ingesteld.
Daarom verklaarde de Hoge Raad Bosta niet-ontvankelijk in haar cassatieberoepen, zowel tegen het tussenarrest als tegen het arrest van 9 maart 2004. Tevens werden Bosta de kosten van de cassatieprocedures opgelegd. De zaak betreft een geschil over inbreuk op auteurs- en merkrechten en de toewijzing van schadevergoeding door lagere instanties.
Uitkomst: Bosta wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoepen wegens overschrijding van de cassatietermijn.