Uitspraak
20.810 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 7 maart 2019 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, voormalig bijstandsgerechtigde, verzocht het dagelijks bestuur om terug te komen van eerdere besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 1997-2004. Deze besluiten stonden in rechte vast en waren eerder onderwerp van procedures waarbij onder meer werd vastgesteld dat betrokkene zijn inlichtingenplicht had geschonden.
Het dagelijks bestuur wees het herzieningsverzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden en omdat het niet evident onredelijk was om niet terug te komen op de eerdere besluiten. De rechtbank oordeelde echter dat het bestuur ten onrechte niet had onderzocht of de oorspronkelijke besluiten evident onredelijk waren, wat volgens de Raad een onjuiste toetsingsmaatstaf was.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en stelde dat de toetsing moet gaan over de evidente onredelijkheid van het besluit tot afwijzing van het herzieningsverzoek zelf. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit niet evident onredelijk is, ook niet gelet op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel, en dat betrokkene geen nieuwe feiten had ingebracht.
De Raad benadrukte het belang van rechtszekerheid en het tijdsverloop van bijna elf jaar tussen eerdere uitspraak en het herzieningsverzoek. Het beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het besluit tot afwijzing van het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard.