ECLI:NL:CRVB:2007:BA9391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Herziening intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over vermogen in Frankrijk
Appellant, voormalig zelfstandig ondernemer, ontving bijstand vanaf 7 maart 1997. Het College van B&W van Roosendaal trok de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens het bezit van een woning en kavels grond in Frankrijk, waarvan appellant onvoldoende informatie verstrekte. De rechtbank vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep stelde de Raad vast dat het College onterecht de Algemene bijstandswet (Abw) als grondslag gebruikte in plaats van de Wet werk en bijstand (WWB). De Raad oordeelde dat nadere stukken over de waarde van het vermogen tot in hoger beroep mogen worden ingebracht en dat de rechtbank ten onrechte het taxatierapport buiten beschouwing liet.
De Raad concludeerde dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door het niet melden van onroerend goed en dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De waarde van het privévermogen was negatief wanneer rekening werd gehouden met de eigen woning. De Raad vernietigde het besluit van 10 december 2004 en verklaarde het beroep gegrond, terwijl de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand bleven. Het College werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 10 december 2004 wordt vernietigd en de rechtsgevolgen blijven in stand.