ECLI:NL:CBB:2026:156
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing herziening besluit fosfaatrechten na afroming
De vennootschap heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 8 juli 2021 waarbij 20% afroming op fosfaatrechten werd toegepast bij de overdracht van een melkveehouderij. Na een afwijzing van haar herzieningsverzoek en bezwaar door de minister, stelde zij beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het College oordeelt dat de brief van 9 oktober 2023 als bezwaarschrift moet worden beschouwd, maar dat dit bezwaar te laat is ingediend. De vennootschap stelde dat zij aanvankelijk vertrouwde op ministeriële informatie en pas na een uitspraak in 2023 inzag dat de afroming onjuist was, maar dit is onvoldoende voor verschoonbaarheid.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of het vasthouden van de minister aan het besluit evident onredelijk is. Hoewel de minister erkent dat het besluit onjuist is, is het beroep ongegrond omdat de vennootschap nagelaten heeft tijdig rechtsmiddelen aan te wenden, het afromingspercentage redelijkerwijs bekend was bij de overname, en er geen aannemelijk financieel nadeel of aantasting van eigendomsrechten is gebleken.
Het College verwijst naar eerdere jurisprudentie en concludeert dat de minister niet evident onredelijk heeft gehandeld door het herzieningsverzoek af te wijzen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzingsbesluit van de minister inzake herziening van de fosfaatrechtenafroming wordt ongegrond verklaard.