Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] B.V. ( [naam 1] ), te [plaats 1] , en
(gemachtigden: mr. C.A. Doets en mr. A.A.M. Loeters),
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De zaak betreft hoger beroep tegen boetes opgelegd door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) aan een rechtspersoon ([naam 1]) en haar feitelijk leidinggever ([naam 2]) wegens overtredingen van de Wet op het financieel toezicht (Wft).
AFM stelde dat de rechtspersoon niet tijdig en correct informatie had verstrekt over haar advies- en bemiddelingsvergoeding en het exclusieve advies over uitvaartverzekeringen van [naam 4]. Daarnaast werd [naam 2] als feitelijk leidinggever persoonlijk aansprakelijk gehouden wegens onvoldoende maatregelen ter voorkoming van de overtredingen.
De rechtbank had enkele besluiten vernietigd wegens procedurele tekortkomingen, met name over de wijziging van de boetegrondslag en het functiescheidingsvereiste binnen AFM. Het College van Beroep vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat de boetes terecht en passend zijn opgelegd. Het College bevestigt dat de grondslagwijziging in bezwaar toelaatbaar is, dat AFM niet in strijd heeft gehandeld met het functiescheidingsvereiste, en dat de overtredingen van de artikelen 4:19 en 4:20 Wft zijn vastgesteld. De boetes worden niet verder gematigd en de publicatie van de boetebesluiten is proportioneel.
Uitkomst: De boetes van €10.000 en €62.500 zijn passend en blijven in stand; het beroep van de feitelijk leidinggever wordt niet-ontvankelijk verklaard.