ECLI:NL:RVS:2016:1553
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
De vreemdeling werd op 10 januari 2016 aangehouden bij een buitengrens wegens het gebruik van een vervalst reisdocument en op 23 januari 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de duur van een prejudiciële spoedprocedure en het feit dat het een eerste aanvraag betrof, mee liet wegen in de belangenafweging. Tevens was het rechtmatig verblijf in afwachting van de beslissing op de aanvraag geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten.
Verder faalden de beroepsgronden dat de bewaring onrechtmatig was wegens het ontbreken van voortvarendheid bij uitzettingshandelingen en dat de staatssecretaris het onrechtmatige karakter van de strafrechtelijke detentie had moeten betrekken. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.