ECLI:NL:RVS:2002:AE6646
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over onrechtmatige vreemdelingenbewaring na afgewezen inverzekeringstelling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage, waarin het beroep van een vreemdeling tegen zijn in vreemdelingenbewaringstelling gegrond werd verklaard. De vreemdeling was op 4 oktober 2001 aangehouden en in verzekering gesteld wegens verdenking van een strafbaar feit. De rechter-commissaris wees op 8 oktober 2001 de verlenging van de inverzekeringstelling af, waarna de vreemdeling werd overgebracht naar een verhoorplaats.
De rechtbank oordeelde dat de inverzekeringstelling onrechtmatig was omdat geen redelijk vermoeden van schuld bestond. De staatssecretaris stelde dat geen bevoegde rechter de onrechtmatigheid had vastgesteld, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de beslissing van de rechter-commissaris als een beschikking op grond van artikel 59a Wetboek van Strafvordering moet worden gezien, die de onrechtmatigheid vaststelt.
De staatssecretaris klaagde over het ontbreken van een juiste motivering in de uitspraak, maar dit leidde niet tot vernietiging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, met verbetering van de gronden. De staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van €322,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.