ECLI:NL:RVS:2007:BC1588
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid staatssecretaris
Appellant is op 10 oktober 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld en had voorafgaand uitdrukkelijk kenbaar gemaakt een asielaanvraag te willen indienen. De staatssecretaris stelde appellant echter pas op 2 november 2007 daadwerkelijk in de gelegenheid tot het indienen van die aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris met voldoende voortvarendheid aan de uitzetting had gewerkt, maar de Raad van State stelde vast dat geen uitzettingshandelingen waren verricht en dat de staatssecretaris geen actie had ondernomen om de duur van de bewaring te beperken. Hierdoor was de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van appellant gegrond en veroordeelde de Staat tot betaling van een schadevergoeding en proceskosten. De bewaring werd op 20 november 2007 opgeheven.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring is onrechtmatig verklaard en de Staat veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.