Uitspraak
4.2.2.1 Betalingen aan [bedrijf 7] BV
5 e-mails in PDF-formaat;
1 accountantsverklaring voor de gemeente [gemeente 1] (2015); en
1 overeenkomst gemeente [gemeente 2]
betaling nummer 6: [bedrijf 9] (…) (verrichten van iCloud-services);
betaling nummer 7: [bedrijf 10] (in- en verkopen van graafmachines);
betaling nummer 8: [bedrijf 9] (…) (verrichten van iCloud-services); en
betaling nummer 23: [naam 8] (minen van mineralen).
5.Omzetbelasting
7.Boete
(…)
6.2. Inkomsten van [bedrijf 8] BV en inkomsten van [naam 13]
‘Ik heb voor klanten van [bedrijf 2] BV gewerkt in opdracht van [naam] . Ik ging niet op bezoek bij klanten van hem. Ik maakte de opzet voor de administraties en adviezen hoe hij de boekhouding van klanten kon inrichten. Ik werkte bij [naam] op zijn kantoor aan de [adres] op zijn PC, samen met [naam] . Daarom vind je niks op mijn laptop. Dat is ook logisch. Het zijn zijn klanten. Ik rapporteerde aan [naam] . Niet aan zijn klanten. Ik wil de namen van de klanten niet geven. Ik had een geheimhouding afgesproken. Alles ging mondeling’.
‘Ik werkte samen met [naam] . Ik hoefde niet te rapporteren, we werkten samen. Ik appte niet. Ik ging naar hem toe. Nogmaals: [naam] en ik werkte[n] samen op hetzelfde adres. We hoefden toch niet schriftelijk te rapporteren’.
‘Je gaat mijn werkzaamheden op zijn PC vinden. Niet op de mijne’.
Er zijn geen overeenkomsten met [naam] opgesteld.
‘Hij [ [naam 11] ] heeft voor mij gewerkt en niet voor mijn opdrachtgevers. [naam 11] maakte de opzet en inrichting van mijn administratie. Niet van mijn opdrachtgevers. Dit is niet het enige wat [naam 11] heeft gedaan’.
[naam 11] werkte op zijn eigen computer in zijn eigen omgeving. Voor afstemming over de werkzaamheden ging [naam] naar het kantoor van [naam 11] in [gemeente 3] . Op het kantoor in de woning van [naam] heeft [naam 11] niet gewerkt en [naam 11] maakte ook geen gebruik van een computer van [naam] .
Volgens [naam] huurde hij [naam 11] in om zijn administratie bij te werken en hielp [naam 11] hem met het zoeken naar nieuwe opdrachtgevers. Opgemerkt wordt dat [naam] tijdens het verhoor heeft verklaard dat zijn administratie hem boven het hoofd is gegroeid en ‘sloppy’ is. Dit is opmerkelijk als [naam] [naam 11] hiervoor heeft ingehuurd en hem in totaal EUR 243.210 heeft betaald.
[naam] verwees in het verhoor meermaals naar de mantelovereenkomst met [bedrijf 7] BV. Deze is bij doorzoekingen niet aangetroffen. [naam 11] heeft verklaard dat deze mantelovereenkomst niet is opgesteld.
Afstemming gebeurde mondeling. Betaling via een lumpsum.
1.2 Achtergrond en aanleiding onderzoek
2.Waardering van het bewijs
3.Bewezenverklaring
.De rechtbank dient allereerst te beoordelen of tegenover de in geschil zijnde betalingen prestaties of werkzaamheden zijn verricht. Nu het strafvonnis en het politieonderzoek een belangrijke rol spelen in de onderbouwing van de correcties door verweerder zal de rechtbank zich eerst uitlaten over de bewijswaarde van het strafvonnis in de fiscale procedure. Eiseres meent terecht dat het aan de belastingrechter is om een eigen oordeel te vellen over de voorliggende feiten en dat de belastingrechter daarbij niet gebonden is aan het oordeel van de strafrechter (zie o.a. HR 8 augustus 2014, ECLI:NL:HR:2014:2146 en HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:643l). Dat neemt niet weg dat de belastingrechter de bewezenverklaring in een strafrechtelijk vonnis in zijn bewijsoverwegingen kan meenemen. De rechtbank heeft de bewezenverklaring uit het strafvonnis dan ook mede in ogenschouw genomen, waarbij de rechtbank tevens rekening heeft gehouden met het feit dat het strafvonnis vanwege het ingestelde hoger beroep niet onherroepelijk vaststaat.