ECLI:NL:HR:2005:AS5791
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde matiging van verzuimboete door hof in belastingzaak
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, inclusief een boete wegens niet-tijdige aangifte. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag, boete en heffingsrente. Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boetebeschikking en matigde de boete van ƒ 2500 naar ƒ 800, maar handhaafde de aanslag en heffingsrente.
Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris gingen in cassatie tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn motivering voor de matiging van de boete. Het hof lijkt te veronderstellen dat een verzuimboete nooit hoger mag zijn dan de belasting die wordt geheven, wat onjuist is volgens de wetsgeschiedenis van artikel 67a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond, dat van de Staatssecretaris gegrond, vernietigt het hofarrest voor zover het de boetebeschikking betreft en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de boetebeschikking betreft en de zaak wordt verwezen naar het hof Amsterdam voor nieuwe beoordeling.