Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 6 juli 2022 in de zaken tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- [# 1]
- [# 2] (gerelateerde zaak: HAA 19/1129),
- [# 3] (gerelateerde zaak: HAA 19/1130),
- [# 4] (gerelateerde zaak: HAA 19/1131),
- [# 5] (gerelateerde zaak: HAA 19/1132),
- [# 6] (gerelateerde zaak: HAA 19/1133),
- [# 7] (gerelateerde zaak: HAA 19/1134),
- [# 8] (gerelateerde zaak: HAA 19/1135),
- [# 9] (gerelateerde zaak: HAA 19/1136),
- [# 10] (gerelateerde zaak: HAA 19/1137),
- [# 11] (gerelateerde zaak: HAA 19/1138),
- [# 12] (gerelateerde zaak: HAA 19/1139),
- [# 13] (gerelateerde zaak: HAA 19/1140, en
- [# 14] (gerelateerde zaak: HAA 19/1141).
“Belanghebbende overweegt daarom nu te kiezen voor de in artikel 244 tweede Pro volzin UVo.DWU genoemde mogelijkheid. Zij verlangt daarom een kennisgeving als bedoeld in artikel 22, lid 6 DWU en wil graag van de inspecteur vernemen waarom hij de transactiewaarde verwerpt en hoe hij vervolgens komt tot de douanewaarde. Belanghebbende heeft dan de mogelijkheid kennis te nemen van de zienswijze van de Inspecteur en kan daar dan tegen ageren.”
“Wij hebben verzocht om de kennisgeving voor een UTB uit te brengen zodat op zijn minst duidelijk wordt hoe de Douane nu komt tot een correctie en daarmee een rechtsgang kan worden gecreëerd. Ook dit laat de Douane echter na. Dat betekent dus ook dat vooralsnog geen enkel rechtsmiddel kan worden ingesteld. (…) We zijn inmiddels zo ver dat we de Douane, danwel de Staat der Nederlanden, zullen moeten gaan dagvaarden c.q. een rechtsmiddel zullen moeten gaan instellen tegen het niet nemen van een beschikking.”
- [# 15] , en
- [# 16]
- verweerder het recht op verdediging heeft geschonden, in het bijzonder of aan eiseres tijdig de resultaten van de controles zijn meegedeeld en of zij voldoende gelegenheid heeft gehad te reageren op de voornemens om de utb’s uit te reiken;
- verweerder alle op de zaak betrekking hebbende stukken (tijdig) heeft overgelegd;
- er voldoende aanleiding was om te twijfelen aan de douanewaarde en om de douanewaarde hoger vast te stellen (en de goederen niet vrij te geven);
- verweerder misbruik van zijn bevoegdheid heeft gemaakt;
- de douanewaarde op de juiste waarde is vastgesteld.
Wel heeft verweerder bij brief van 18 januari 2022 de bedragen van de utb’s naar beneden bijgesteld omdat van diverse fouten in de berekening is gebleken.
- een bericht van OLAF van 17 juli 2018;
- gezwarte delen van de documenten 15 tot en met 20:
.
Twijfel aan de opgegeven douanewaarde in relatie tot het opvragen van nadere informatie
zonder deugdelijke reden een arrest van de Hoge Raad heeft gepasseerd, de op de zaak betrekking hebbende stukken niet op tijd heeft ingeleverd en eiseres heeft genoodzaakt om heel veel post te versturen.