ECLI:NL:RBDHA:2018:15038
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en onduidelijke autotransacties
Eisers ontvingen bijstand, maar verweerder trok deze met ingang van 30 mei 2008 in en vorderde €183.710,82 terug wegens vermoedens van handel in auto's en onduidelijke financiële transacties. Een onderzoek door de sociale recherche bracht onder meer banktransacties, creditcardbetalingen en kentekenregistraties aan het licht. Eisers werden meerdere keren gehoord en verzocht een administratie te overleggen, wat onvoldoende gebeurde.
Verweerder stelde dat eisers de inlichtingenplicht schonden door het niet melden van bankrekeningen, creditcardgebruik en kentekenregistraties, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Eisers voerden aan dat zij geen inkomsten uit de transacties hadden en dat de auto's weinig waarde hadden. Ook werd een beroep gedaan op artikelen 3 en 16 van het IVRK wegens de gevolgen van terugvordering.
De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende aannemelijk maakten dat zij recht hadden op bijstand over de periode en dat de schending van de inlichtingenplicht een geldige grond voor intrekking vormde. Het beroep op het IVRK faalde omdat deze artikelen niet direct toepasbaar zijn en eisers geen dringende redenen voor afzien van terugvordering aannemelijk maakten. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de intrekking en terugvordering van bijstand worden ongegrond verklaard.