ECLI:NL:CRVB:2018:2576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde autohandel ex-partner
Appellante ontving samen met haar ex-partner bijstand volgens de norm voor gehuwden. Uit steekproefsgewijs onderzoek bleek dat haar ex-partner in een periode van twee jaar veertien kentekens op zijn naam had, waarvan tien korter dan drie maanden. Dit leidde tot het besluit van het college om de bijstand over meerdere maanden in te trekken en terug te vorderen.
Appellante voerde aan dat de kentekens slechts voor vriendendiensten waren geregistreerd en dat zij niet op de hoogte was van de autohandel. De Raad oordeelde dat de verklaringen van derden onvoldoende waren om aan te tonen dat er geen geld waardeerbare transacties hadden plaatsgevonden. Ook werd benadrukt dat bij gezinsbijstand beide partners als een eenheid worden gezien, waardoor onbekendheid met de activiteiten van de ander niet tot vrijstelling leidt.
Verder kon appellante niet aannemelijk maken dat zij recht had op bijstand over de betreffende periode, omdat zij geen concrete en verifieerbare gegevens over de transacties had overgelegd. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en oordeelde dat de intrekking en terugvordering terecht waren.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde autohandel door de ex-partner.