ECLI:NL:CRVB:2018:2161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen buitenlandse inkomsten
Appellante ontving samen met haar partner bijstand op grond van de Participatiewet. Het college ontdekte via onderzoek dat haar partner sinds 2009 een uitkering en huurtoeslag in Frankrijk ontving, zonder dit te melden. Hierdoor werd de bijstand ingetrokken met ingang van 1 april 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen weet had van de buitenlandse inkomsten van haar partner en dat er bijzondere omstandigheden waren om af te wijken van de hoofdregel dat partners als een eenheid worden gezien.
De Raad oordeelde dat de hoofdregel van gezinsbijstand onverkort geldt en dat appellante de inlichtingenplicht heeft geschonden. De aangehaalde jurisprudentie biedt geen grond om hiervan af te wijken. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellante de buitenlandse inkomsten van haar partner niet heeft gemeld.